Vingers in gehaktmachine: 100 uur taakstraf voor werkgever

Een 14-jarige medewerkster van een poeliersbedrijf komt met haar hand in de gehaktmolen. Daardoor worden vier vingers gedeeltelijk geamputeerd. De werkgever wordt veroordeeld wegens schuld aan ernstig letsel. Hij heeft werk laten doen door een jeugdige werknemer, er was geen ri&e en adequaat toezicht ontbrak. Verder was de machine ondeugdelijk omdat bewegende delen onvoldoende waren afgeschermd. De rechtbank oordeelt, dat de werkgever daarmee is tekortgeschoten in het zoveel mogelijk beperken van gevaar en grovelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig heeft gehandeld. 

Feiten  

Een thans 50 jarige man heeft in 2006 het catering/poeliersbedrijf van zijn vader overgenomen. Hij werkt zelf in de zaak en heeft een aantal uitzendkrachten in dienst. Naast de uitzendkrachten werkt sinds augustus 2016 een 14-jarig meisje in de zaak. Begin januari 2017 krijgt zij opdracht om kippendijfilets tot gehakt te malen. Daarbij komt zij met haar vingers in aanraking met de draaiende worm(as) van de gehaktmachine. Daardoor zijn haar pink-, ring-, middel- en wijsvinger gedeeltelijk geamputeerd. De werkgever is op dat moment in een andere ruimte. Het meisje had eerder met de gehaktmachine gewerkt en de werkgever had haar gezegd, dat zij het vlees in de vulopening moest laten vallen en niet met haar vingers in de vulpijp moest komen. De gehaktmachine is zo’n 30 jaar geleden tweedehands aangeschaft en had geen vleesinvoerbak, waardoor de wormas bereikbaar was vanuit de vulopening. Een  ri&e was niet gemaakt. Het OM vervolgt de werkgever wegens schuld aan ernstig letsel.  

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de werkgever werkzaamheden heeft laten verrichten door een jeugdige werknemer in de zin van het Arbobesluit. De werkgever heeft nagelaten een ri&e op te stellen waarbij tevens specifiek aandacht is besteed aan jeugdige werknemers. Verder heeft de werkgever geen adequaat toezicht gehouden terwijl de werkneemster werkte met een mechanische gehaktmachine die niet was voorzien van een beveiligde vleesinvoer. Daardoor waren de bewegende delen met de hand bereikbaar en de gevaren van het werken met dit arbeidsmiddel niet zo veel mogelijk beperkt. Dat de werkgever niet wist dat hij verplicht was een ri&e te maken en dat de gehaktmachine moest zijn voorzien van een vleesinvoerbak wordt door de rechtbank verworpen. Van een ondernemer mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de van toepassing zijnde regelgeving en een zekere deskundigheid heeft van het terrein waarop hij zich begeeft. Uit de verklaring, dat hij de werkneemster duidelijk had gewaarschuwd blijkt trouwens, dat hij wist dat het werken met de gehaktmachine op deze manier ernstige schade aan de gezondheid op kon leveren. Daarmee is het letsel aan zijn schuld te wijten en had hij, ter voorkoming, maatregelen moeten en kunnen treffen. Dat hij niet wist, dat zo’n machine is voorzien van een vleesinvoerbak acht de rechtbank gezien zijn jarenlange ervaring in de vleesbranche onwaarschijnlijk. De werkgever is daarmee tekortgeschoten in het zoveel mogelijk beperken van gevaar en heeft derhalve grovelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig gehandeld. De rechtbank veroordeelt de man tot een taakstraf van 100 uur. De eis was 200 uur en € 10.000, waarvan de helft voorwaardelijk (zie onder aantekening).  

Aantekening

Over de strafmaat kan het volgende worden gezegd: De eis van de officier van justitie was een taakstraf van 200 uren en een geldboete van € 10.000,-- waarvan € 5.000,-- voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarde, dat werkgever binnen twee maanden via Arboned (de uitspraak vermeld Arbonet) een gekeurde ri&e opstelt, met directe uitvoerbaarheid.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij het bepalen van de straf rekening te houden met de omstandigheid, dat het ongeval grote impact op het werk en het leven van werkgever heeft gehad, dat de relatie tussen de werkgever en het slachtoffer en haar ouders nog steeds goed is, en dat het slachtoffer na het ongeval graag weer voor de werkgever wilde komen werken. Ook heeft de werkgever na het ongeval direct een nieuwe gehaktmachine aangeschaft en is hij gestart met het opstellen van een ri&e. Verder is een beroep gedaan op de beperkte financiële middelen van het bedrijf.

 

De rechtbank geeft aan, dat rekening wordt gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de werkgever. Daarbij acht de rechtbank het van belang, dat de werkgever zich niet heeft gehouden aan de in de Arbowet en het Arbobesluit opgenomen bepalingen omtrent de veiligheid van werknemers en schuld heeft aan het ernstige letsel dat het slachtoffer heeft opgelopen. De werkgever is verplicht om passende en adequate maatregelen te nemen tegen de gevaren die op de arbeidsplaats aanwezig zijn. Dat heeft hij nagelaten door het slachtoffer te laten werken met een niet beveiligde gehaktmachine, terwijl hij wist dat deze machine gevaarlijk was omdat de bewegende delen met de vingers bereikbaar waren. De rechtbank rekent dit werkgever zwaar aan. Aan de andere kant weegt de rechtbank ook mee de bezorgde en behulpzame houding van de werkgever jegens het slachtoffer en haar familie na het ongeval. De verzekeringskwestie heeft hij voortvarend opgepakt en hij heeft na het ongeval bovendien direct maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Hij is volgens de Justitiële Documentatie niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld. Daarmee acht de rechtbank – mede gelet op de straffen in vergelijkbare zaken - een werkstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis passend. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank een geldboete niet passend. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen teneinde de werkgever te bewegen tot het opstellen van een ri&e, omdat hij daarmee, gezien zijn verklaring op de zitting, al mee bezig is en het bestuursrecht bovendien voldoende mogelijkheden biedt om te handhaven op dit punt.

Over dit laatste kan worden opgemerkt, dat die handhaving toch minder effectief is dan de rechtbank suggereert, zeker nu het een onveilige machine van zo’n 30 jaar oude betrof!

Wettelijk kader:
Artikel 5 en 32 Arbeidsomstandighedenwet
Artikel 1.1, zesde lid Arbeidsomstandighedenbesluit
Artikel 3:2 Arbeidstijdenwet
Artikel 22c, 22d, 57, 91 en 308 Wetboek van Strafrecht
Artikel 1 Wet op de economische delicten

Bron: Rechtbank Zwolle, 12 februari 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:409