Afvalcontainer is een arbeidsmiddel.

Een werknemer krijgt de deurklink van een afvalcontainer in zijn gezicht en verliest daardoor twee voortanden. De rechtbank oordeelt, dat de container in deze situatie een arbeidsmiddel is en het verlies van twee tanden blijvend letsel. Daarom had het ongeval gemeld moeten worden. Omdat dit te laat is gedaan is die boete terecht opgelegd. De matiging van het boetebedrag voor de overtreding zelf was onvoldoende gemotiveerd.

De feiten

Bij een afvalverwerkingsbedrijf schiet op 25 maart 2014 bij het sluiten van een afvalcontainer de sluithandel tegen het gezicht van een chauffeur. Hij verliest twee voortanden en wordt, na behandeling door een kaakchirurg in het ziekenhuis, later verder door zijn eigen tandarts behandeld. Pas op 16 mei 2014 meldt de werkgever het ongeval bij de Inspectie SZW. De werkgever krijgt na onderzoek door de arbeidsinspecteur twee boetes opgelegd: € 1.500 voor de te late melding (art. 9 Arbowet) en € 36.000 wegens onvoldoende onderhoud van het arbeidsmiddel (overtreding art. 7.5, eerste lid Arbobesluit). Na bezwaar van de werkgever wordt de laatste boete met 50% verminderd. De boete voor het te late melden blijft onveranderd. Dat brengt het totale boetebedrag op € 19.500. De werkgever gaat in beroep. 

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt vast dat een ongeval is gebeurd met een afvalcontainer die door onvoldoende onderhoud niet goed functioneerde. De werkgever heeft aangevoerd dat een afvalcontainer geen arbeidsmiddel of gereedschap is. Art. 1, derde lid sub h Arbowet omschrijft als arbeidsmiddel: alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, installaties, apparaten en gereedschappen. De wet geeft geen definitie voor het begrip ‘gereedschap’. Van Dale zegt: de gezamenlijke voorwerpen die voor het verrichten van werkzaamheden nodig zijn. Gezien deze omschrijvingen kwalificeert de rechtbank een afvalcontainer als arbeidsmiddel. Zeker nu het ophalen en verwerken van afval de kernactiviteit van het bedrijf is, en dit niet goed mogelijke is zonder afvalcontainers. Daarmee was de minister bevoegd de boete op te leggen.

 

De minister heeft het bedrag van € 36.000 (= € 9.000 x 4, zie art. 10 onder b van de Beleidsregel) gematigd met 50%, maar zonder specifiek aan te geven welke onderdelen van artikel 1, elfde lid, van de Beleidsregel hem aanleiding tot die matiging hebben gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarmee onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke redenen tot de matiging hebben geleid. Daardoor weet de werkgever niet precies wat in de toekomst moet worden gedaan om een dergelijke boete te vermijden. De handelswijze van de minister is niet alleen in strijd met het motiveringsbeginsel, maar ook met het rechtszekerheidsbeginsel.

De rechtbank stelt vast, dat er voldoende randvoorwaarden waren voor het toepassen van een veilige werkwijze. De nodige instructies waren gegeven en er werden regelmatig toolboxmeetings gehouden. Ook werd adequaat toegezien op naleving van de regels. De rechtbank ziet niet in wat de werkgever nog meer had kunnen doen om een dergelijk ongeval te voorkomen en het ongeval kan redelijkerwijs niet aan hem worden verweten. De boete voor de overtreding van art. 7.5 Arbobesluit wordt herroepen.

 

Dat het ongeval niet meldingsplichtig was, heeft de werkgever niet onderbouwd. Het verlies van twee tanden is blijvend letsel en dat wordt niet anders als die schade later is gecompenseerd met twee kunsttanden. Ziekenhuisopname en blijvend letsel zijn meldingsplichtige ongevallen. Die boete (van € 1.500) blijft gehandhaafd.  

Aantekening

Er wordt in artikel 9 lid 1 Arbowet geen onderscheid gemaakt naar lichamelijk of geestelijk letsel. Ongeacht de aard van het letsel moeten ongevallen die leiden tot ziekenhuisopname of een blijvend letsel, worden gemeld. Dit moet door of namens de werkgever worden gedaan aan de Inspectie SZW, zodra duidelijk is dat ziekenhuisopname heeft plaatsgevonden of zal gaan plaatsvinden of het arbeidsongeval tot blijvend letsel heeft geleid of zal leiden. De melding kan per telefoon, via de fax, per mail of digitaal. Op de website van de inspectie staat een meldingsformulier, zie https://www.inspectieszw.nl/contact/arbeidsongeval_melden/ De Inspectie SZW beoordeelt op basis van de initiële melding of nader onderzoek is geboden. Het merendeel van de gemelde ongevallen wordt onderzocht. Een ongeval met dodelijke afloop moet direct telefonisch worden gemeld.

 

Melding moet zo spoedig mogelijk nadat men bekend is met de opname. Dat is dus ook het geval, als opname als gevolg van het ongeval enige tijd na het incident noodzakelijk blijkt te zijn. Het achterwege laten van een melding kan tot een aanzienlijke boete leiden. Artikel 3 onder b van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving geeft voor het niet onverwijld melden van een arbeidsongeval een boetenormbedrag van € 50.000. Bij het niet onverwijld melden kunnen zich echter drie situaties voordoen, die tot een verschillend boetenormbedrag kunnen leiden, deze betreffen:

 

1. te laat gemeld en niet meer te onderzoeken (normbedrag 50.000 euro);

2. te laat gemeld door een ander dan de werkgever en nog wel te onderzoeken (cat. 5:€ 4.500);

3. te laat gemeld door de werkgever en nog wel te onderzoeken (cat. 3: € 1.500).

 

Het betreft normbedragen die gecorrigeerd worden op bedrijfsgrootte (zie artikel 8 van de Beleidsregel). 

Ongewilde gebeurtenissen zonder schade aan de gezondheid tot gevolg worden in de betekenis van de Arbowet niet beschouwd als een arbeidsongeval en hoeven niet bij de Inspectie SZW te worden gemeld. Uiteraard is ook bij deze gebeurtenissen sprake van een manifest geworden risico en is het van groot belang dat een werkgever dergelijke gebeurtenissen betrekt bij de risico-inventarisatie en -evaluatie en passende maatregelen neemt zoals dat van hem wordt verwacht voor alle risico’s die zich bij het verrichten van arbeid kunnen voordoen. Dit schrijft voor dat de werkgever een lijst moet bijhouden van arbeidsongevallen welke voor de werknemer hebben geleid tot een arbeidsongeschiktheid van meer dan drie werkdagen. De registratieverplichting is vormvrij en beperkt zich tot het bijhouden van een lijst met vermelding van aard en data van de arbeidsongevallen. Het wordt aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemers overgelaten om in onderling overleg te bepalen hoe de registratie in het bedrijf plaatsvindt en of er nog meer gegevens worden opgenomen zoals namen van betrokkenen, gevolgen en te nemen maatregelen. De schriftelijke rapportageverplichting is beperkt tot die gevallen waarin de Inspectie SZW  daarom vraagt. 

De les uit deze zaak: Meldt een ongeval waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is (of blijvend letsel te verwachten is) zo spoedig mogelijk bij de Inspectie SZW. Doe dit ook als pas later blijkt, dat sprake zal zijn van blijvend letsel. Achterwege laten van de melding kan tot een forse boete leiden.  

Bron: Rechtbank Breda, 12 januari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:184