Dodelijk ongeval door schoonmaken van draaiende machine

Een jonge Poolse schoonmaker raakt tijdens het schoonmaken van een machine bij een kippenslachterij bekneld en overlijdt aan de gevolgen. Volgens de rechtbank schortte het in het bedrijf aan de wijze waarop de veiligheidsinstructies aan de werknemers bekend werden gemaakt en de wijze waarop daarop toezicht werd gehouden. Ook was geen functionerende noodknop in de buurt van de machine aanwezig. De werkgever heeft nagelaten doeltreffende maatregelen te nemen ter voorkoming van ongevallen die tot letsel of de dood van werknemers kunnen leiden. De rechtbank acht als straf een geldboete van € 10.000 passend. Het bedrijf is niet eerder veroordeeld en het ongeval is bijna vier jaar geleden gebeurd. Ook zijn alle onkosten voor de uitvaart van het Poolse slachtoffer betaald en er zijn extra veiligheidsmaatregelen getroffen. Daarom wordt de helft van de geldboete voorwaardelijk opgelegd.

Feiten

Begin april 2013 maakt een 19-jarige Poolse man, ingehuurd via een uitzendbureau door een schoonmaakbedrijf, bij een kippenslachterij in Epe een ontstapelaar/afstapelaar met bijbehorende transportbanden schoon. De machine wordt gebruikt om stapels kratten met levende kippen te ontstapelen. In het (Nederlandse) veiligheidsreglement van het schoonmaakbedrijf staat dat (de)montage en reiniging van machines en werktuigen alleen bij stilstand van die apparatuur mag gebeuren. Als uitschakeling “absoluut niet mogelijk is” zijn extra veiligheidsvoorzieningen nodig. De Poolse man - die geen Nederlands spreekt-  heeft dit reglement ondertekend en daarmee verklaard op de hoogte te zijn met de veiligheidsvoorschriften. De machine wordt echter bij het schoonmaken niet uitgeschakeld en de schoonmaker raakt bekneld tussen twee afzonderlijke transportgedeelten. Zijn kleding wordt meermalen om de aandrijfas met het tandwiel van de transportband gedraaid. Hij raakt bekneld en overlijdt als gevolg van het ongeval. Het openbaar ministerie vervolgt het schoonmaakbedrijf als werkgever wegens overtreding van artikel 7.5 lid 2 Arbobesluit. De machine was niet uitgeschakeld of spanningsloos gemaakt terwijl er - voor zover dit niet mogelijk was - geen doeltreffende maatregelen waren getroffen om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren. Dit terwijl de werkgever wist of redelijkerwijs kon weten, dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van de werknemer te verwachten was (art. 32 Arbowet).

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt, dat het schoonmaakbedrijf op grond van art. 1 Arbowet ook voor deze ingeleende werknemer beschouwd wordt als werkgever. Die heeft daarmee de plicht ervoor te zorgen dat de werkzaamheden zo veilig mogelijk kunnen worden uitgevoerd. Maar in dit geval was nagelaten om doeltreffende maatregelen te nemen om ongevallen te voorkomen. Er was geen goede manier om de veiligheidsinstructies aan de werknemers bekend te maken en ook werd op de uitvoering onvoldoende toezicht gehouden. De machine zou alleen in draaiende toestand goed kunnen worden schoongemaakt. Maar daarvoor waren geen extra doeltreffende voorzieningen getroffen: er was wel een noodknop voor de ontstapelaar, maar geen noodknop om de transportbanden uit te schakelen. Die kon alleen vanuit de machinekamer worden uitgezet. Gelet op de verwijten en de financiële positie van het bedrijf acht de rechtbank een geldboete van € 10.000 passend, zoals de officier van justitie heeft geëist. Maar de rechtbank legt de helft van de boete voorwaardelijk op met een proeftijd van 2 jaar met als overweging, dat het bedrijf niet eerder voor een dergelijk strafbaar feit is veroordeeld. Verder is het ongeval geruime tijd geleden gebeurd, heeft het bedrijf alle onkosten in verband met de uitvaart van het Poolse slachtoffer voldaan en zijn extra veiligheidsmaatregelen getroffen.  

Aantekening

De veiligheidsinstructies waren opgesteld in het Nederlands en moesten voor gezien worden ondertekend. Als een nieuwe medewerker het Nederlandse niet beheerste, werden de instructies mondeling door een andere medewerker die dezelfde taal sprak vertaald. In dit geval was dat in het Pools. Een daarbij aanwezige medewerker heeft verklaard dat hij geen Pools sprak en die vertaling dan ook niet kon volgen. Hij wist dan ook niet of het reglement helemaal letterlijk aan de nieuwe medewerker was vertaald. Er werd achteraf ook niet gecontroleerd of medewerkers (inclusief de medewerkers die als vertaler/tolk fungeerden) de instructies hadden begrepen.
Deze werkwijze is niet ongebruikelijk. Maar het werken met buitenlands arbeidskrachten kan door misverstanden en miscommunicatie veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. De Stichting van de Arbeid heeft een brochure uitgebracht Handreikingen Taal en veiligheidsrisico’s. (zie http://www.stvda.nl/nl/publicaties/brochure/20140418-taal-en-veiligheidsrisicos.aspx)

De officier van justitie had een geldboete gevorderd van € 10.000. Daarin was meegewogen dat de gevolgen onomkeerbaar zijn waardoor onvoorstelbaar leed is toegebracht aan de nabestaanden. Verder werd bij de strafeis rekening gehouden met het feit, dat het bedrijf een  blanco strafblad had en de lange tijd – drie jaar en acht maanden - tussen ongeval en de rechtszaak. De rechtbank komt, mede op basis van de door de OvJ genoemde criteria tot het opleggen van een boete die de helft van dit bedrag is. De extra overwegingen zijn daarbij, onder meer de financiële positie van het bedrijf, de ondersteuning van de nabestaanden en de betaling van de begrafeniskosten van het slachtoffer. en ook, dat na het ongeval op de locatie adequate maatregelen in verband met de veiligheid getroffen. Opgemerkt wordt, dat bij een bestuursrechtelijke afdoening van een overtreding van de Arbowetgeving dit laatste argument doorgaans geen aanleiding is voor vermindering van het boetebedrag. Dan is de gebruikelijke  redenatie dat de werkgever het risico eerder had moeten onderkennen en alsdan de nodige maatregelen had moeten nemen.

Om ongevallen te voorkomen en de arbeidsveiligheid in algemene zin te waarborgen is het raadzaam ervoor te zorgen, dat voor werknemers die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn, de veiligheidsinstructies in hun moedertaal beschikbaar is.

Juridisch kader

Artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet
Artikel  7.5 Arbeidsomstandighedenbesluit
Artikel 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 51 en 91 Wetboek van Strafrecht
Artikel 1, 2 en 6 Wet op de Economische Delicten

Bron: Rechtbank Arnhem, 22 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:7014