Voorschrift niet concreet genoeg: ontslag teruggedraaid.

Veiligheidsvoorschriften zijn er om opgevolgd te worden. Dat geldt ook voor de verkeersregels die op een bedrijfsterrein gelden. Maar de regels moeten niet alleen eenduidig zijn, maar ook bekend worden gemaakt aan de betrokken werknemers. 

Samenvatting

Een heftruckchauffeur wordt op staande voet ontslagen. Hij heeft met de heftruck, ondanks de instructies vooruit gereden, terwijl hij een last vervoerde waar hij overheen kon kijken. Het gerechtshof vindt, dat het bedrijfsreglement niet duidelijk was. Daarin stond niet aangegeven, wat de afstand was, waarmee het zicht zodanig belemmerd zou zijn, dat bij het niet opvolgen van het voorschrift er sprake zou zijn van een zeer gevaarlijke situatie. Pas tijdens de rechtszaak is de norm nader geconcretiseerd en werd de afstand op 5 meter gesteld. Omdat het goed mogelijk is, dat de chauffeur daar tijdens het incident niet mee op de hoogte was, wordt het ontslag teruggedraaid. 

Feiten

En 53 jarige heftruckchauffeur werkt sinds 2011 bij een bedrijf dat zich bezighoudt met het vervaardigen en bewerken alsmede de handel in textielproducten, kunststoffen, de daarvoor benodigde grondstoffen en de daaraan verwante goederen. Op 27 juli 2015 wordt hij op staande voet ontslagen wegens overtreding van de geldende veiligheidsvoorschriften. Hij zou met een lading, waar hij niet overheen kon kijken, vooruit zijn gereden terwijl de regels voorschrijven dat in een dergelijke situatie achteruit moet worden gereden. De werknemer vecht het ontslag vergeefs aan bij de kantonrechter en gaat in beroep. 

Oordeel gerechtshof

Het gerechtshof buigt zich eerst over het (interne) verkeersreglement waarin staat, dat bij beperkt zicht door een te hoge lading de heftruckbestuurder met (aan)gepaste snelheid achteruit rijdend de lading dient te vervoeren, ongeacht de af te leggen afstand. Geconstateerd is dat de chauffeur over een afstand van 5 meter voor de heftruck niet kon waarnemen wat er zich afspeelde op het fabrieksterrein. De werkgever heeft dit bestempeld als een zeer gevaarlijke situatie. Volgens het hof blijkt uit verschillende getuigenverklaringen, dat geen sprake was van een geheel maar slechts van een deels belemmerd zicht. Die norm is in het reglement niet nader ingevuld. De gevaarzetting is wel van belang bij het antwoord op de vraag, of bij deels belemmerd zicht vooruit of achteruit moet worden gereden. Maar de norm is pas in deze zaak geconcretiseerd, door de afstand op 5 meter te stellen. Het is goed mogelijk, dat de chauffeur daarvan niet op de hoogte was. Pas in hoger beroep heeft de Health and Safety Expert van het bedrijf verklaard dat rollen met doek altijd achteruit vervoerd moeten worden. Maar er is niet gesteld dat de werknemer en de overige heftruckchauffeurs bekend waren met deze norm. De Expert ging er van uit, dat de afdelingsleiding die norm aan betrokkenen had doorgegeven. Het hof meent, dat de werkgever onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat de chauffeur de voorschriften heeft overtreden waardoor hij een (zeer) gevaarlijke situatie heeft gecreλerd. Daaruit volgt, dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. Het verzoek om het ontslag terug te draaien is ten onrechte door de kantonrechter afgewezen. Omdat er geen sprake is van een zodanige verstoorde arbeidsverhouding dat terugkeer niet mogelijk is, wordt de werkgever verplicht om de arbeidsovereenkomst vanaf de datum van het ontslag te herstellen.  

Aantekening

Volgens art. 11 Arbowet is de werknemer verplicht in zijn doen en laten op de arbeidsplaats, overeenkomstig zijn opleiding en de door de werkgever gegeven instructies, naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van de andere betrokken personen. Met name is hij verplicht om:
•     de apparatuur (machines, stoffen en dergelijke) op de juiste wijze te gebruiken;
•     de beveiligingen en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken;
•     aangebrachte beveiligingen niet te veranderen of buiten noodzaak weg te halen, maar deze op de juiste wijze te gebruiken;
•     mee te werken aan het voor hem georganiseerde onderricht;
•     gevaren te melden bij de leiding;
•     bijstand te verlenen aan personen die belast zijn met de uitvoering van de Arbowet.

Los van dit alles blijft de werkgever verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de juiste (hulp)middelen, geven van voorlichting en instructie en tenslotte ook nog voor het redelijkerwijs houden van toezicht op de uitvoering van het werk.

Bij het niet opvolgen van de bedrijfsvoorschriften en regels zijn sancties mogelijk. Die kunnen in de cao of het bedrijfsreglement zijn opgenomen. In uiterste gevallen kan de werkgever bij de kantonrechter verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Daarvan kan sprake zijn als de werknemer ook na herhaalde waarschuwingen veiligheidsvoorschriften niet naleeft. Maar als door de overtreding ernstig gevaar is te duchten kan ook ontslag op staande voet volgen, denk bijvoorbeeld aan overtreding van een rookverbod op een chemisch bedrijf (zie: Hof den Haag, 11 februari 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4310).

Als de werknemer zijn ontslag op staande voet wil aanvechten, moet hij binnen 2 maanden bij de rechtbank een verzoekschrift indienen om het ontslag ongedaan te laten maken.

Factoren die van belang kunnen zijn bij de beoordeling van een dergelijk verzoek, zijn onder meer:
•     of in de branche waarbinnen de werknemer werkzaam is, strenge veiligheidsvoorschriften van toepassing zijn;
•     of de werknemer (bij herhaling) gewaarschuwd is;
•     of de werknemer op de hoogte is gesteld van de voorschriften en de betekenis hiervan voor het bedrijf;
•     of passende beschermingsmiddelen ter beschikking zijn gesteld;
•     of de werkgever een consequent en strikt beleid voert over het door de werknemers in acht nemen van veiligheidsvoorschriften.

Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 1 december 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5341