Uitspraak in het vizier

Op deze pagina wordt regelmatig een uitspraak geplaatst die van bijzondere waarde is voor de (rechts)praktijk, met name op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid. Voor uitspraken uit de dagelijkse praktijk van arbeidsomstandigheden en veiligheid verwijs ik naar de website van de NVVK, Jurisprudentie, Actueel en Archief. Deze site wordt elke maand door mij aangevuld met recente jurisprudentie. Daarnaast wordt in het tijdschrift Arbo Actueel elke veertien dagen de meest actuele rechtspraak op dit gebied opgenomen.

Gevallen van rijdende aanhanger.

Een uitzendkracht valt van een rijdende aanhanger tijdens het verrichten van wegwerkzaamheden. Hij stelt de bestuurder (en daarmee diens WAM-verzekeraar) van de voorttrekkende auto aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder verwijtbaar onrechtmatig jegens benadeelde heeft gehandeld door toe te staan dat benadeelde zich op de door zijn voertuig voortgetrokken aanhanger bevond zonder daar goed zicht op te kunnen houden terwijl op de aanhanger geen enkele valbescherming was aangebracht. Het beroep van de bestuurder op 100% eigen schuld faalt. De rechtbank is vooralsnog van oordeel dat de schade in hogere mate is te wijten aan omstandigheden die aan de bestuurder zijn toe te rekenen dan aan omstandighede die in de risicosfeer van benadeelde liggen. Een nadere beslissing hieromtrent kan de rechtbank nu niet geven, omdat een tegenverzoek dat daar op ziet ontbreekt.

Feiten

Een man, laten we hem Pietersen noemen, werkt als uitzendkracht bij een bedrijf dat kabels legt. In april 2013 is hij in verband met wegwerkzaamheden samen met een collega bezig om vanaf een stapvoets rijdende aanhangwagen wegmarkering te plaatsen. De aanhanger wordt getrokken door een bestelauto, bestuurd door de eigenaar. Pietersen gooit afzetschilden in de berm, eerste zittend maar als hij niet meer bij de schilden kan, gaat hij op de aanhangwagen staan. Hij verliest zijn evenwicht en komt tussen de aanhanger en de bestelauto terecht. Hij kan zich daar nog even aan vasthouden maar valt kort daarop verder en komt onder de wielen van de aanhanger. Pietersen loopt blijvend letsel op en stelt in een deelgeschil de WAM-verzekeraar van de bestuurder/eigenaar van de bestelauto aansprakelijk. Die is eerder in verband met dit ongeval wegens overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet veroordeeld tot een geldboete van Ä 500,- voorwaardelijk. WAM-verzekeraar Klaverblad beroept zich eigen schuld van Pietersen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank overweegt dat Klaverblad heeft erkend dat de bestuurder artikel 61b RVV heeft overtreden door een aanhanger te trekken waarop personen werden vervoerd. Maar net als Klaverblad acht de rechtbank deze overtreding op zichzelf niet voldoende voor onrechtmatigheid. Er zijn uitzonderingen op dit voorschrift, bijvoorbeeld als het vervoer plaatsvindt in het kader van een evenement of optocht, wanneer daar een vergunning voor is gegeven. Volgens de rechtbank is hier echter sprake van een doorslaggevende bijkomende omstandigheid. De bestuurder had op geen enkele wijze - direct of indirect via de spiegels van de bestelauto - zicht op wat zich achter hem afspeelde. Ook de achterdeuren waren geheel geblindeerd. Hij had wel het raam aan de bestuurderskant naar beneden om signalen te horen, maar dat acht de rechtbank niet voldoende. Het was voor de bestuurder onder deze omstandigheden niet mogelijk om toezicht te houden op het werk en snel in te grijpen als daar aanleiding voor was. De bestuurder wist, dat er vanaf de aanhanger werd gewerkt en hij had er rekening mee moeten houden, dat Pietersen zijn evenwicht kon verliezen. Door het ontbreken van het zicht was ingrijpen of extra alert zijn niet mogelijk. Op de aanhanger was geen enkele valbescherming aangebracht terwijl naast de wagen lopen geen optie was. Daarmee heeft de bestuurder van de bestelwagen onrechtmatig gehandeld. Het beroep van Klaverblad op 100% eigen schuld faalt (artikel 6:101 BW). De schade is in hogere mate te wijten aan omstandigheden die de bestuurder zijn toe te rekenen dan aan omstandigheden die in de risicosfeer van Pieterse liggen. Klaverblad is aansprakelijk en daarmee vergoedingsplichtig voor de materiŽle en immateriŽle schade van het ongeval.

Aantekening

Interessant in deze zaak is ook de discussie over de vergoeding van de kosten van een deelgeschil. Verzekeraar Klaverblad vindt dat bij de afwikkeling rekening moet worden gehouden met de eigen schuld van de uitzendkracht.

Los van het feit dat er in deze zaak geen definitief oordeel over het percentage eigen schuld wordt gegeven, geldt volgens de rechtbank het volgende. Op grond van artikel 1019aa Rv gelden de kosten van de deelgeschilprocedure als kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 BW. De benadeelde kan de kosten in beginsel dus volledig vergoed krijgen. Dat heeft te maken met de doelstelling van de deelgeschilprocedure: die dient als voorziening in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase. Daardoor is deze procedure zo zeer is verbonden met een afwikkeling buiten rechte dat deze kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen. Op zichzelf gezien zou de conclusie dan ook moeten zijn, dat ook de kosten van het deelgeschil, onder verwijzing naar artikel 6:96 lid 2 BW, mede afhankelijk zijn van een mogelijk beroep op eigen schuld van het slachtoffer.
Het doel van de deelgeschilprocedure is het verschaffen van een extra instrument aan de partijen die in een traject van vergoeding van personenschade zijn om een impasse in deze (buitengerechtelijke) onderhandelingen te doorbreken door het mogelijk te maken de rechter in deze onderhandelingsfase in te schakelen. De verbinding met artikel 6:96 lid 2 BW verlaagt de financiŽle drempel voor de benadeelde partij om een deelgeschilprocedure in te stellen. Wanneer de bepaling over eigen schuld onverkort van toepassing zou zijn op de kosten van het deelgeschil, zou dat de financiŽle drempel weer kunnen verhogen. De rechtbank is van oordeel dat dit niet strookt met het doel waarvoor de deelgeschilprocedure in het leven is geroepen. De rechtbank heeft daarom Klaverblad veroordeeld in de volledige kosten van het deelgeschil aan de zijde van de uitzendkracht.

 

Doorgaans komt het percentage eigen schuld in mindering op de door de aansprakelijke partij te vergoeden kosten van een deelgeschil, (zie bijv. ECLI:NL:RBMN:2014:1525 en ECLI:NL:RBAMS:2014:8085). In dit geval ziet de rechtbank dit anders. Daarbij wordt opgemerkt, dat de rechtbank het heeft over het niet onverkort toepassen van de bepaling over eigen schuld op de kosten van het deelgeschil. In dit verband merkt de rechtbank immers op dat de schade in hogere mate te wijten is aan de omstandigheden die aan de bestuurder van de bestelwagen zijn toe te rekenen dan aan omstandigheden die in de risicosfeer van uitzendkracht Pietersen liggen.

 

En ten slotte: Aan het werken op of vanaf een rijdend voertuig zitten extra risicoís. Van de werkgever en/of de bestuurder van het voertuig mag verwacht worden, dat die aanvullende maatregelen neemt om deze risicoís te beperken.

Wettelijk kader
Artikel 5 Wegenverkeerswet
Artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek
Artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 61a en 61b Reglement verkeersregels en verkeerstekens

Rechtbank ís-Hertogenbosch, 24 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:912