Veiligheidszorgsysteem: VCA* of gelijkwaardig?

 Bij de aanbesteding van het onderhoud van enkele gemeentelijk sportparken is een van de eisen dat de uitvoerende partij voldoet aan een veiligheidscertificaat of gelijkwaardig. De partij die de aanbesteding wint is niet VCA-gecertificeerd. Een van de ‘verliezers’ vecht daarom de begunstiging bij de gemeente aan. 

De feiten

De gemeente Drimmelen gaat op 21 januari 2015 over tot openbare aanbesteding van het onderhoud van vijf verschillende sportparken. De overeenkomst zal ingaan op 1 april 2015, heeft een looptijd van vier jaar met een optie van twee maal een verlenging met elk twee jaar. Gegund zal worden aan de economisch meest voordelige inschrijver. Dat wordt onder meer bepaald door de prijs en de kwaliteit van het plan van aanpak. De gemeente onderscheidt daarbij drie categorieën: ontzorgen, innovativiteit en duurzaamheid. Per categorie zijn beoordelingscriteria opgesteld die (positief of negatief) mee zullen wegen bij het bepalen van de fictief laagste inschrijfsom. De inschrijver moet in het bezit zijn van de Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers 1 ster (VCA*) of gelijkwaardig. Dit moet worden aangetoond door een geldige en gewaarmerkte kopie van het veiligheidszorgsysteemcertificaat. In totaal zeven gegadigden schrijven in, waaronder Aannemersbedrijf Van Wijlen B.V. en Verschoor Groen & Recreatie B.V. Deze laatste eindigt als meest voordelige inschrijver en krijgt de opdracht. Van Wijlen heeft een iets lagere eindscore en eindigt als tweede. Aannemer Van Wijlen daagt de gemeente in kort geding voor de rechter omdat Verschoor geen geldig VCA*-certificaat noch een gelijkwaardig veiligheidszorgsysteemcertificaat zou bezitten. Daarom had de gemeente Verschoor moeten uitsluiten.  

Van Wijlen maakt ook bezwaar tegen het toekennen van enkele weegfactoren maar wij beperken ons tot de discussie over het VCA*- of gelijkwaardig.  

Oordeel rechtbank

Het verzoek van Verschoor om in het geding te mogen tussenkomen wordt toegestaan omdat de andere partijen geen bezwaar hebben tegen deze voeging. Van Wijlen vindt dat de inschrijving van Verschoor uitgesloten moet worden omdat die niet beschikt over een veiligheidszorgsysteemcertificaat zoals een VCA* of gelijkwaardig. Het gaat hier om een kwaliteitsnorm als bedoeld in artikel 2.96, eerste lid van de Aanbestedingswet 2012. De gemeente is op grond daarvan bevoegd naar een VCA* certificaat te vragen. Dat is niet in geschil. Op grond van het tweede lid is de gemeente verplicht om ook gelijkwaardige certificaten van andere instanties te aanvaarden. Er staat zelfs dat niet alleen certificaten van bevoegde instanties moeten worden geaccepteerd, maar ook andere bewijzen waaruit blijkt dat de inschrijvers gelijkwaardige maatregelen op het betreffende kwaliteitsgebied hebben genomen. De beperkte uitleg van Van Wijlen - dat het alleen mag gaan om een VCA*-certificaat of een vergelijkbaar certificaat van een andere bevoegde instantie - strookt niet met de uitgangspunten van het aanbestedingsrecht en de vrijheid van de inschrijver om met alternatieven te voldoen aan een specifiek geformuleerde geschiktheidseis.

 

Op de zitting vraagt Van Wijlen welke bewijzen zijn overlegd om aan te tonen dat Verschoor aan de gestelde geschiktheidseis voldoet. Verder ontstaat op de zitting discussie of de gemeente in staat is zelf de gelijkwaardigheid met VCA* te toetsen. Nadere bewijsvoering is in een kort geding vrij ongebruikelijk, maar de rechter is van oordeel, dat de vragen van Van Wijlen niet strijdig zijn met de goede procesorde. Daarom worden de bewijsstukken en de toetsing op een nieuwe zitting  besproken. 

De verdere beoordeling

Het gaat om de vraag of de gemeente, aan de hand van de VCA*-checklist en op basis van de door Verschoor overgelegde verificatiestukken, kon vaststellen dat Verschoor op de datum van inschrijving qua veiligheidszorgsysteem aan VCA* gelijkwaardige maatregelen heeft genomen. Uit de certificatienorm van paragraaf 7.4 van de VCA*-checklist blijkt dat de door Verschoor overgelegde stukken enkel moeten worden getoetst aan de zogenaamde VCA*-mustvragen. Uit de certificatienorm blijkt niet dat er ook audits in het bedrijf moeten plaatsvinden. Volgens de rechter moest de gemeente toetsen of de bescheiden voldeden aan de VCA*-mustvragen.

 

Waar er in het bestek wordt gevraagd om een ‘VCA*-certificaat of gelijkwaardig’, gaat het om de vraag of het veiligheidszorgsysteem van de inschrijver voorziet in maatregelen die gericht zijn op de directe beheersing van veiligheid, gezondheid en milieu tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden op de werkvloer. Voor het antwoord op die vraag lijkt diepgaande technische kennis niet vereist te zijn. De gemeente heeft zich laten bijstaan door het Inkoopbureau West-Brabant, dat ervaring heeft met het uitvoeren van gelijkwaardigheidstoetsen. Dat lijkt de voorzieningenrechter voldoende en hij oordeelt, dat het voor de gemeente niet onmogelijk is om de toets aan de VCA*-checklist zelf uit te voeren.

 

Verschoor heeft overlegd: een bedrijfshandboek, een VCA-handboek en de nog geldige VCA-diploma’s van diverse medewerkers. Het VCA-handboek dateert van maart 2015. Volgens de rechter kan het dienen als bewijs van de geldende veiligheidsmaatregelen op die datum.

 

Van Wijlen betwist op zichzelf niet dat uit de door Verschoor verstrekte stukken blijkt dat de veiligheidszorgprocessen voldoen aan de eisen van de VCA*-mustvragen. Uit de overgelegde handboeken en veiligheidsdiploma’s volgt dat Verschoor in staat is te werken aan de hand van erkende veiligheidszorgprocessen. Maar de Van Wijlen vraagt zich af, of bij Verschoor in de praktijk ook daadwerkelijk aan de hand van die processen wordt gewerkt. Maar de rechter negeert deze vraag, omdat die evenzeer kan worden gesteld als Verschoor een geldig VCA*-certificaat had gehad.

 

Volgens de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat de gemeente, die bescheiden van Verschoor volledig heeft getoetst aan de VCA*-mustvragen, heeft kunnen concluderen, dat Verschoor op 2 maart 2015 in haar bedrijfsvoering aan het VCA*-certificaat gelijkwaardige maatregelen had getroffen. De inschrijving van Verschoor hoeft niet te worden uitgesloten omdat die niet zou voldoen aan de eis ‘VCA*-certificaat of gelijkwaardig’. De vorderingen van Van Wijlen worden afgewezen. 

Aantekening

Volgens de website van het VCA zelf is het systeem er op gebaseerd dat, voorafgaand aan het verstrekken van een VCA certificaat, door middel van een uitgebreide audit, wordt nagegaan dat het betreffende bedrijf aan de vereisten voldoet. Na het verkrijgen van het certificaat wordt er minimaal éénmaal per jaar een audit uitgevoerd om zeker te stellen dat het vastgestelde niveau wordt behouden. Om te kunnen spreken van gelijkwaardigheid aan VCA dient er, naast gelijkwaardige regelingen, ook sprake te zijn van een deugdelijke - gelijkwaardige - controle op de naleving van de desbetreffende regelingen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Tot zover VCA zelf. 

Zoals uit deze uitspraak blijkt, biedt de Aanbestedingswet 2012 in het kader van de aanbesteding ruimte voor een ruimere interpretatie. Dat lijkt mij voor het VCA certificaat en het daaronder liggende systeem geen goed nieuws. Ik hoop dat dit geen nieuwe trend gaat worden.  

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 april 2015 (ECLI:NL:RBZWB:2015:2952) en 13 mei 2015, (ECLI:NL:RBZWB:2015:3493)