Teen kwijt bij lossen vracht.

Een chauffeur moet voor een transportbedrijf tuinmachines brengen naar Spanje. Bij het lossen raakt hij met zijn grote teen klem onder de lepels van een heftruck en verliest het topje van zijn teen. Zijn schadevordering wordt zowel door de rechtbank als het hof afgewezen, maar de Hoge Raad casseert. Die acht het enkele geven van de instructie om niet zelf te lossen niet voldoende om aan te nemen dat de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De werkgever had in dit geval de chauffeur ook van veiligheidsschoenen moeten voorzien. 

Feiten

Een chauffeur werkt als uitzendkracht voor BTS en wordt door dit uitzendbureau ter beschikking gesteld aan transportbedrijf X. Hij moet eind augustus 2007 tuinmachines brengen naar Don Benito (Spanje). Bij het lossen gaat hij op enig moment in de aanhanger van de vrachtwagen staan, en raakt met een teen klem onder een van de lepels van een heftruck. Hij verliest de top van zijn (linker) grote teen en kneust zijn rechterhand. Na behandeling in Spanje wordt hij in Nederland verder poliklinisch behandeld. Zowel BTS als transportbedrijf X zijn op grond van de cao-Beroepsgoederenvervoer verplicht een ongevallenverzekering voor hun chauffeurs af te sluiten. De verzekering van transportbedrijf X biedt echter voor dit voorval geen dekking. De chauffeur stelt beide bedrijven hoofdelijk aansprakelijk voor de schade en verwijt hen ook dat zij hun cao-verplichting niet zijn nagekomen. Kantonrechter en hof hebben de vorderingen afgewezen, mede omdat de chauffeur zowel door de afnemer als transportbedrijf X was opgedragen zich niet met het lossen te bemoeien. 

Oordeel Hoge Raad

Volgens de Hoge Raad heeft de chauffeur schade geleden in de uitoefening van zijn werk. Daarvoor zijn zowel BTS (tweede lid art. 7:658 BW) al transportbedrijf  X (vierde lid) aansprakelijk, tenzij zij aantonen dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan. Het wetsartikel vergt een hoog veiligheidsniveau van werkruimte, werktuigen, gereedschappen en kleding alsmede van de organisatie van de werkzaamheden, en vereist ook het nodige toezicht op behoorlijke naleving van de gegeven instructies. Indien de locatie van de werkzaamheden adequaat toezicht verhindert, moeten zo nodig aanvullende maatregelen worden getroffen. Voor een chauffeur zal niet steeds duidelijk zijn of een handeling valt onder het lossen van lading. Volgens een getuige wilde hij het zeildoek van de vrachtwagen losmaken omdat dit beschadigd dreigde te worden en de vraag is, of dit nog onder het begrip ‘lossen’ valt. Ook hadden BTS en transportbedrijf X er rekening mee moeten houden dat werknemers wel eens nalaten de nodige voorzichtigheid in acht te nemen om ongelukken te voorkomen.

De Hoge Raad gaat er veronderstellenderwijs van uit, dat geen veiligheidsschoenen waren verstrekt en dat die hadden kunnen bijdragen aan het voorkomen of beperken van het letsel. In dit licht is het alleen geven van een duidelijk instructie om niet zelf te lossen niet voldoende om aan te nemen dat beide werkgevers aan hun zorgplicht hebben voldaan. De zorgplicht houdt in dit geval ook in, dat aan de chauffeur veiligheidsschoenen waren verstrekt. Dat er sprake was van gebrekkig toezicht bij het lossen in Spanje passeert de Hoge Raad omdat dit zou uitgaan van een te hoge zorgplicht voor de werkgever(s). Wel acht de Raad de klacht van de chauffeur terecht, dat geen ri&e was uitgevoerd en dat het ongeval niet is gemeld bij de Inspectie SZW. Het niet afsluiten van een verzekering zoals de cao verplicht ziet de Hoge Raad, anders dan het hof, als een zelfstandig verwijt. Het hoger beroep slaagt en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere afdoening.  

Aantekening

De Hoge Raad is van oordeel, dat het Hof te gemakkelijk heeft aangenomen dat de werkgever aan zijn zorgplicht had voldaan. Het gaat hier om een chauffeur die in het buitenland goederen moet afleveren. Dan is het voor de werkgever lastig om veiligheidsmaatregelen “op afstand” te treffen. Toezicht kan eigenlijk niet worden uitgeoefend en de werkgever zal ook geen zeggenschap hebben op de plek waar de werknemer zijn werkzaamheden feitelijk uitoefent. De Hoge Raad overweegt dat de zorgplicht niet zo ver gaat dat de werkgever, wiens werknemer op grote afstand werkt, direct toezicht moet uitoefenen op de werknemer. Ook kan van medewerkers van de klant niet worden verwacht dat zij toezien op het dragen van veiligheidsschoenen door de chauffeur.

 

De werkgever zal in een dergelijke situatie niet kunnen volstaan met het simpelweg verbieden van gevaarlijke werkzaamheden, of het enkel geven van instructies. Het zal van de omvang en aard van het risico, en ook van de ervarenheid van de werknemer, afhangen hoe gedetailleerd de werkgever moet instrueren en in hoeverre hij op naleving ervan mag vertrouwen. En of alleen instructies toereikend zijn. Daarbij moet de werkgever er bij het treffen van veiligheidsmaatregelen rekening mee houden dat werknemers niet altijd de benodigde voorzichtigheid in acht nemen. Vandaar dat de Hoge Raad, het in de zaak van de chauffeur van belang acht of de werknemer veiligheidsschoenen had gekregen. Daarbij komt dat de instructies in dit geval ook niet helemaal duidelijk waren. Is het voorkómen dat een dekzeil scheurt bij het lossen eigenlijk wel aan te merken als het door de werkgever aangegeven verbod om te assisteren bij het lossen van de vracht? (Ingekorte noot van prof. mr. B. Barentsen in JAR 2015, 14)

De zorgplicht gaat ver. Maar niet zo ver dat de werkgever, wiens werknemer op grote afstand werkt, direct toezicht moet uitoefenen op de werknemer. Wel zal hij moeten zorgen voor de nodige (persoonlijke beschermings-) middelen en instructies zodat het werk zo veilige mogelijk kan worden uitgevoerd. 

HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3519