Gevallen valkenier.

Een valkenier glijdt uit in een volière door een combinatie van glad beton, nattigheid en vogelpoep en loopt daarbij letsel op. De werkgever wordt wegens schending van de zorgplicht aansprakelijk gehouden voor de schade die de werknemer als gevolg van het arbeidsongeval heeft geleden of nog zal lijden.

Feiten

Een evenementenbureau verzorgt in opdracht van de Efteling een show waarbij acteurs, paarden, uilen en valken worden ingezet. In totaal worden 65 mensen ingehuurd, waaronder een valkenier. Tussen de valkenier en het evenementenbureau (verder: de werkgever) is een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten voor de duur van de show maar uiterlijk tot 3 februari 2013. Tijdens de voorbereidingen voor de show in december 2012 komt de valkenier in een volière ten val, loopt letsel op aan zijn knie en raakt arbeidsongeschikt. De volière was gemaakt door de Efteling en voorzien van een vloer van gevlinderd beton, hetgeen gebruikelijk is voor dergelijke vogelverblijven. De valkenier spreekt de werkgever aan voor zijn schade.

Oordeel kantonrechter

Volgens de kantonrechter is er sprake van een arbeidsongeval waardoor schade is geleden die niet het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de valkenier. Rest de vraag, of de werkgever zijn zorgplicht (art. 7:658 BW) is nagekomen. Volgens de werkgever was de valkenier een zzp-er die hij op diens verzoek in loondienst heeft genomen. Van zeggenschap zou geen sprake zijn. De arbeidsovereenkomst moet in dat licht worden bezien. Maar de rechter is van oordeel dat tussen beide partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, met als gevolg directe toepasselijkheid van art. 7:658 BW. Uit de stukken en getuigenverhoren stelt de rechter vast, dat het arbeidsongeval is te wijten aan een gladde ondervloer als gevolg van de combinatie van gevlinderd beton, nattigheid en vogelpoep. Die combinatie is niet incidenteel, maar een inherent onveilige situatie met een verhoogd risico op uitglijden. Een werkgever zou op basis van een RI&E aandacht moeten besteden aan dergelijke structurele omstandigheden en onderzoeken of maatregelen genomen kunnen worden. Een RI&E ontbrak. Werknemers droegen hun eigen schoenen en er was verder niets voorgeschreven (alleen gympen mochten niet). Nu het voorzienbare risico op uitglijden zich heeft gerealiseerd, heeft de werkgever niet die maatregelen genomen die redelijkerwijs nodig waren om te voorkomen dat de valkenier tijdens zijn werk schade leed. Daarmee is hij tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Dat het risico in de volière bekend was, zoals de werkgever heeft betoogd, leidt niet tot een ander oordeel. Het betekent namelijk niet zonder meer dat de valkenier, mede gezien de dagelijkse routine, steeds alle gewenste voorzichtigheid in acht kan en zal nemen. Dat geldt ook voor ervaren werknemers zoals hier. Ook het feit dat de valkeniers elkaar waarschuwden voor gladheid als ergens vogelpoep lag, doet niet af aan de zorgplicht van de werkgever. De rechter acht de werkgever aansprakelijk voor de gevolgen van dit arbeidsongeval.

Aantekening

Bij de show werden ook raven ingezet. Die vogels kunnen pas worden gebruikt als ze honger hebben. Als er grind of andere steen wordt gebruikt, verstoppen de vogels het voedsel daaronder. Daarom wordt gevlinderd beton gebruikt en dat is in het algemeen erg glad. Volgens de werknemer zou een mogelijke oplossing het gebruik van rubberen matten zijn. Deze rubberen matten kunnen dan periodiek uit de verblijven worden getrokken en worden schoongespoten. Deze matten zijn uiteraard niet zo glad als het gevlinderd beton. Een RI&E was niet gemaakt en het V&G-plan richtte zich vooral op de arena waar de show plaatsvond. Er stond niets in over de ongevalslocatie, de volières. Kortom: over het werken op zich en de daaraan verbonden risico’s gaf de RI&E geen uitsluitsel.

 

De werkgever heeft nog aangevoerd dat hij voor het verstrekken van (aanvullende) beschermingsmiddelen afhankelijk was van de input van de werknemer en dat die nooit had gevraagd  om (bijvoorbeeld) aangepast schoeisel in verband met de eventuele gladheid. De rechter heeft dat verweer echter verworpen, omdat het voorbij gaat aan de “eigen” verantwoordelijkheid die artikel 7:658 BW van de werkgever. Volgens de rechter is het niet de werknemer die moet wijzen op risico’s of vragen om beschermingsmiddelen of maatregelen. Die verantwoordelijkheid ligt nu juist bij de werkgever of bij degene, aan wie die verantwoordelijkheid adequaat is gedelegeerd. Dat is hier kennelijk niet het geval geweest. Verder heeft de werkgever nog aangevoerd dat nakoming van de zorgplicht het ongeval niet zou hebben voorkomen. Maar dat verweer wordt terzijde geschoven omdat dit volstrekt onvoldoende onderbouwd is. Er is slechts in algemene zin gesteld dat bij de combinatie van vogelpoep en nattigheid, ook geldt dat men daarover bij andere vloeren en met ander schoeisel uit kan glijden.

 

Een verweer, dat vaker wordt gehanteerd: je kunt als werkgever wel wat doen, zoals middelen voorschrijven en ter beschikking stellen, maar het is maar de vraag, of dat zou hebben geholpen. Waarbij wordt verwezen naar vergelijkbare situaties. Een dergelijk verweer zal, net als in deze zaak, doorgaans terzijde worden geschoven omdat het slechts als een niet onderbouwde bewering zal worden gewaardeerd. Zeker nu, zoals in deze zaak, niets was voorgeschreven – behalve dat het dragen van gympen niet was toegestaan. Kortom: De werkgever heeft een zorgplicht voor zijn werknemers. Ook als het gaat om een kortdurend dienstverband.  

Kantonrechter Tilburg, 18 augustus 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:5966