Uitspraak in het vizier

Op deze pagina wordt regelmatig een uitspraak geplaatst die van bijzondere waarde is voor de (rechts)praktijk, met name op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid. Voor uitspraken uit de dagelijkse praktijk van arbeidsomstandigheden en veiligheid verwijs ik naar de website van de NVVK, Jurisprudentie, Actueel en Archief. Deze site wordt elke maand door mij aangevuld met recente jurisprudentie. Daarnaast wordt in het tijdschrift Arbo Actueel elke veertien dagen de meest actuele rechtspraak op dit gebied opgenomen.

Werkgever niet aansprakelijk voor val over gemorste koffieglijpartij op gedweilde vloer.

Samenvatting

Een werkneemster van een verpleegtehuis glijdt op de trap uit over gemorste koffie, terwijl zij naaldcontainers vervoert en breekt haar middenhandsbeentje. Zij stelt haar werkgever aansprakelijk omdat die niet aan zijn zorgplicht zou hebben voldaan. Kantonrechter en gerechtshof wijzen de vordering af omdat de zorgplicht van een werkgever niet zo ver gaat dat hij zelfstandig en regelmatig de trap moet inspecteren om te zien of ergens koffie ligt.

Feiten

Bij het wegbrengen van twee naaldcontainers met gebruikte naalden glijdt een dan 58 jaar oude werkneemster van een verpleegtehuis glijdt in april 2007 uit over gemorste koffie op een trap. Later blijkt, dat daarbij haar middenhandsbeentje is gebroken en zij stelt de (rechtsopvolger van de) werkgever aansprakelijk. Volgens de werkneemster is het risico vergroot omdat onvoldoende werd schoongemaakt en doordat zij twee containers in haar handen had en bij haar val wilde voorkomen, dat zij door daaruit vallende naalden zou worden geprikt. Daarnaast heeft werkgever verzuimd te zorgen voor een adequate ongevallenverzekering. Verzekeraar en curators van de inmiddels failliete werkgever wijzen de aansprakelijkheid af. De kantonrechter wijst de vordering af en de werkneemster gaat in beroep.  

Oordeel gerechtshof

Het hof stelt voorop dat met 7:658 lid 1 BW niet is beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen. Deze bepaling heeft tot strekking een zorgplicht in het leven te roepen en verplicht de werkgever voor het verrichten van arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te geven als redelijkerwijs nodig om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Welke maatregelen en aanwijzingen redelijkerwijs van de werkgever mogen verwacht hangt af van alle omstandigheden van het geval. Daarbij – zo stelt het hof- zijn onder meer de mate van ervaring van de werknemer en de aard van de werkzaamheden van belang. Volgens het hof staat vast, dat werkneemster zeer ervaren was en dat de werkzaamheden die zij tijdens het ongeval verrichtte gebruikelijk waren. Het is niet gebleken dat de trap niet aan de veiligheidseisen voldeed. Daarnaast werd de trap wekelijks schoongemaakt en zodra het schoonmaakbedrijf een melding kreeg werd direct actie ondernomen. Dat er inderdaad vaak koffie op de trap lag is onvoldoende om aan te nemen dat werkgever tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Er ligt immers tussen het moment van morsen en schoonmaken altijd enige tijd. De zorgplicht gaat niet zover dat werkgever zelfstandig en regelmatig de trap moet inspecteren om te zien of ergens koffie ligt. Ook mag van een zeer ervaren werkneemster worden verwacht dat zij er rekening mee houdt dat de trap glad kan zijn en zelf voldoende oplet. Het verwijt dat werkgever niet heeft gezorgd voor een adequate ongevallenverzekering wordt eveneens verworpen, omdat een dergelijke verzekeringsverplichting uitsluitend wordt aanvaard met betrekking tot schade die werknemers lijden als deelnemer van het wegverkeer. Het hof ziet het ongeval vooral als het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De vordering wordt afgewezen.  

Aantekening

De werkneemster heeft aangevoerd, dat er, direct nadat zij was gevallen, door de werkgever geen onderzoek is gedaan naar de oorzaak en dat het ongeval ook niet is gemeld. Dat laatste waarschijnlijk ook met het oog op het vaststellen van de toedracht en daarmee mogelijk ook de aansprakelijkheid van de werkgever. Verder ontbrak een adequate Risico Inventarisatie & Evaluatie. Normaal gesproken kan dit een werkgever zwaar worden aangerekend. Maar het hof acht het gemis in dit geval minder van belang en beschouwt het traplopen als een gebruikelijke handeling waarvoor van werkgeverskant geen extra maatregelen nodig zijn. Het hof sluit daarmee aan bij de leer van de zogenaamde huis-, tuin- en keukenongevallen (zie  bijvoorbeeld HR 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4090 (Laudy/Fair Play) en ook HR 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8254 (Peters/Hofkens)

 

Het hof voegt daar nog aan toe, dat het een feit van algemene bekendheid is dat water of een andere vloeistof op de grond (of in dit geval: de trap) gladheid kan veroorzaken. Dit geldt ook voor een ondergrond die van zichzelf niet glad is. In dit geval, waarin volgens de werkneemster sprake was van een trap waarop – naar zij wist – vaak koffie of thee werd gemorst, mocht dan ook redelijkerwijs van een haar worden verwacht dat zij hiermee rekening hield bij het betreden van de trap en daar zelf voldoende oplettend op was.

 

Dat de werkneemster de trap op liep met in beide handen een naaldcontainer, kon de werkgever ook niet worden verweten. Het ging om kleine lichte containers, ter grootte van een beschuitbus, waarvan je er gemakkelijk twee in één hand kunt houden. Bovendien vindt het hof dat van een ervaren kracht redelijkerwijs mag worden verwacht dat die in staat is in te schatten of je de trap op kunt met in beide handen een container, of dat het nodig is om met één hand de leuning vast te houden. De werkgever hoefde daarvoor geen maatregelen te nemen of nadere instructies te geven. Het ongeval is veeleer een gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, en van onvoldoende oplettendheid van de werkneemster die te haastig de trap opliep en daarbij ongelukkig ten val is gekomen. 

Conclusie

De conclusie is dan ook, dat aansprakelijkheid van de werkgever veelomvattend is maar niet zo ver gaat, dat hij voor elke gebeurtenis aansprakelijk is. En daarvan kan sprake zijn bij de zogenaamde “huis- tuin- en keukengevaren”.

Gerechtshof den Haag, 20 mei 2014, Prg. 2014, 241; ECLI:NL:GHDHA:2014:1661