Uitsluiting aansprakelijkheid door terreinborden? 

Deze zaak gaat over de (uitsluiting van) aansprakelijkheid voor stuwadoorsschade. In dit geval is schade ontstaan doordat bij de belading van een binnenschip de spreader van de containerbrugkraan van de stuwadoor de stuurhuis beschadigd. De stuwadoor wijst de schade af met verwijzing naar de waarschuwingsborden op het terrein die dergelijke aansprakelijkheid uitsluiten. Rechtbank en gerechtshof zien dat echter anders.  

De feiten

In mei 2006 ligt een schip van Duwvaart BV aangemeerd voor belading van enkele containers bij de Uniport Terminal in de Waalhaven te Rotterdam. De eerste container moet met de kopse kant tegen het achterschot van het doorlopende ruim worden gezet. Daarom laat de kraanmachinist de container eerst een stuk in het scheepsruim zakken, en rijdt vervolgens over de kraanbaan in de richting van het stuurhuis. Nadat de container is neergezet koppelt hij de spreader los en trekt deze omhoog. Bij die manoeuvre raakt de spreader de klep van de pet van de stuurhut (het dak) en wordt de bovenbouw van de stuurhut beschadigd. Duwvaart BV en diens verzekeraar EFM vorderen vergoeding van de schade door Uniport op grond van artikel 6:170 Burgerlijk Wetboek (aansprakelijkheid van de werkgever voor daden van zijn ondergeschikten). Zijn wijten het ongeluk aan onzorgvuldig /onrechtmatig handelen van de kraanmachinist waarvoor Uniport aansprakelijk is. De schade bedraagt volgens hen € 16.780, inclusief tijdverlet en expertisekosten.  

Verweer stuwadoor

Uniport bestrijdt het verwijt dat de kraanmachinist wordt gemaakt. Daarnaast beroept Uniport zich op de waarschuwingsborden op haar terrein. De tekst daarvan (voor zover van belang) luidt: ATTENTIE: Een ieder die zich op ons emplacement bevindt of aangemeerd ligt langszij ons emplacement: (1) bevindt zich daar, met de bij hem behorende vervoersmiddelen en goederen, geheel VOOR EIGEN RISICO, zodat onze onderneming of de door onze onderneming te werk gestelde personen niet aansprakelijk zijn voor enige schade; (2) geeft daardoor aan, de inhoud van deze mededeling te kennen en aanvaarden, als ook te aanvaarden dat door ons, voor zoveel nodig, tevens een beroep kan worden gedaan op de Rotterdamse Stuwadoorscondities, zoals gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam.’ 

Oordeel gerechtshof

De rechtbank heeft de vordering toegewezen en Uniport voert in beroep diverse verweren aan. Zo heeft volgens de stuwadoor de kraanmachinist niet onzorgvuldig gehandeld.

 

Handelen kraanmachinist.

 

Maar gezien de getuigenverklaringen komt het hof net als de rechtbank tot de conclusie, dat de schade wel degelijk het gevolg is van onzorgvuldig handelen van de kraanmachinist. Die heeft echter verklaard: (a) dat hij de spreader heeft losgemaakt nadat hij de container had neergezet en (b) dat hij er van uit ging dat hij de kraan vervolgens te weinig naar het voorschip heeft teruggereden voordat hij de spreader ophaalde. Hij heeft na het ongeval zijn fout bij het ophalen van de spreader uit het ruim toegegeven. Ook uit de verklaringen van de schipper en een andere getuige volgt dat de spreader was losgekoppeld en opgehaald terwijl de kraan nog niet (ver genoeg) was teruggereden. Voor dit onzorgvuldig handelen en de daardoor veroorzaakte schade acht het hof Uniport aansprakelijk op grond van art. 6:170 BW. 

 

Beroep op de waarschuwingsborden

 

Met betrekking tot de mededeling op de borden over de uitsluiting van aansprakelijkheid ‘voor enige schade’ overweegt het hof als volgt: Partijen verschillen van mening over de reikwijdte van deze mededeling. Die moet daarom worden uitgelegd waarbij moet worden gekeken naar de zin die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan deze mededeling moet worden toegekend. Daarbij is allereerst van belang dat de mededeling in heel algemene bewoordingen is gesteld; er wordt niet gewezen op specifieke risico’s. Mede daardoor is de mededeling wel geschikt om bezoekers, inclusief langszij afgemeerde schepen, aan te sporen tot waakzaamheid, maar in beginsel ongeschikt voor vrijwaring voor aansprakelijkheid voor schade die voorkomen kan worden als Uniport bij de uitvoering van haar activiteiten de nodige zorgvuldigheid aan de dag legt.

 

Verder was het niet zozeer de vrijde keuze van de schipper of Duwvaart BV om bij Uniport Terminals af te meren: het schip lag daar in het kader van de uitvoering van een vervoerovereenkomst. Als Uniport zich tegenover dergelijke bezoekers - die geen verkeerde gedraging of onoplettendheid kan worden verweten - wil vrijwaren voor de schadelijke gevolgen van onzorgvuldig handelen van Uniport of zijn werknemers, dan zou de stuwadoor dit zelf meer specifiek onder de aandacht moeten brengen, bijvoorbeeld door het laten ondertekenen van een verklaring door de schipper of bezoeker.

 

Daarmee komt het hof tot de conclusie dat Uniport onvoldoende heeft aangetoond dat de schipper of Duwvaart BV de mededeling op het attentiebord zo konden begrijpen, dat elke aansprakelijkheid werd uitgesloten. Dat de schipper met regelmaat op de terminal kwam maakt dit niet anders. Daarom is het beroep op de tekst van de waarschuwingsborden door de rechtbank terecht afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen.

 

Wel wordt nog op verschillende gronden het uiteindelijk toe te kennen schadebedrag door het gerechtshof naar beneden bijgesteld. In plaats van de door de rechtbank toegekende € 10.594 wordt dit bedrag verminderd tot  € 9.500, uiteraard vermeerderd met de rente en de kosten van het hoger beroep van de kant van Duwvaart BV en verzekeraar EMF. 

Aantekening

Rechtbank en hof vonden de tekst van het waarschuwingsbord op het terrein onvoldoende ruim geformuleerd om ook schade uit te sluiten die ontstaat door werkzaamheden van personeel van de terminal. Verder gebeurt het niet vaak, dat een stuurhut bij de belading wordt beschadigd en de schipper hoefde daar niet bedacht op te zijn. Als dat wel het geval was geweest had de schipper of Duwvaart BV er beter aan gedaan, om op voorhand de uitsluiting voor dit soort schades af te wijzen.

 

Bron: Gerechtshof Den Haag, 25 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1524