Gevallen over stofzuigerslang. 

Een werknemer valt bij het schoonmaken van een huurauto over de stofzuigerslang en komt ongelukkig terecht. Het gerechtshof oordeelt, dat de werkgever onvoldoende maatregelen heeft genomen om het ongeval te voorkomen. 

Feiten

Een man werkt sinds augustus 2007 als service-agent in een filiaal van autoverhuurder Avis. Eerst op basis van een stageovereenkomst in het kader van een trajectervaringsplaats van de sociale dienst. Zijn werkzaamheden bestaat uit schoonmaken en halen en brengen van huurauto’s. Op 13 februari 2008 belandt hij op de eerste hulp van een ziekenhuis wegens een val. Dat gebeurde doordat hij bij het stofzuigen van een bestelbusje over de slang van de stofzuiger viel. Hij probeerde met zijn rechterhand de val te breken maar loopt daardoor letsel aan zijn pols op. In oktober 2009 stelt hij zijn werkgever aansprakelijk. Wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het dienstverband eind september 2011 met toestemming van het UWV beëindigd. De eis tot schadevergoeding wordt door de kantonrechter afgewezen, omdat er naar diens oordeel geen speciale instructie nodig is voor het gebruik van een stofzuiger. Het stappen op een stofzuigerslang en daardoor ongelukkig ten val komen kan worden gezien als een ‘huis-, tuin- en keukenongeval’. Van schending van de zorgplicht door de werkgever is geen sprake. De werknemer gaat in beroep.  

Oordeel gerechtshof

Het hof stelt dat door de verschillende getuigenverklaringen de toedracht genoegzaam vast staat. De werknemer had de bestelbus die buiten stond schoongemaakt en ging deze daarna stofzuigen. Toen hij achterwaarts bij het portier naar buiten stapte, stapte hij op de slang van de stofzuiger en viel met zijn rechterpols op de stoeprand met ernstig letsel als gevolg. Artikel 7:658 BW beoogt geen absolute waarborg te scheppen voor bescherming tegen gevaar. Maar de werkgever moet wel die maatregelen nemen en aanwijzingen geven die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werk schade lijdt. Nu vast staat, dat de werknemer tijdens zijn werk schade heeft geleden is het aan de werkgever om zijn zorgplicht aan te tonen. Maar die liet de plaats van schoonmaken geheel aan de werknemers over: dat kon zowel binnen in de werkplaats als buiten gebeuren. Daar waren nauwelijks instructies voor. Er was weliswaar een instructie om de slang door een luikje naar buiten te leiden, maar dat had als doel om geluidsoverlast naar de buren te voorkomen. Van een werkgever mag worden verwacht dat hij de werkplaats zodanig inricht dat deze geschikt is voor het verrichten van schoonmaakwerk. En als dat niet mogelijk is dat hij zijn werknemers zo instrueert dat zij hun werk zo veilig mogelijk kunnen doen. Dat houdt mede in, dat de werknemers op een gelijke ondergrond kunnen werken zodat zij geen schade lijden door een niveauverschil in de ondergrond. Daarvan is niets gebleken. Het ongeval is mede veroorzaakt, doordat de werknemer met zijn pols op de stoeprand terecht kwam. Daarmee is het causaal verband tussen de tekortkoming van de werkgever en de schade gegeven. De vordering wordt toegewezen. 

Aantekening

De zorgplicht van de werkgever houdt in, dat hij in redelijkheid alles moet doen wat nodig is om te voorkomen dat zijn werknemers schade ondervinden door hun werk. Dat betekent onder meer dat hij de risico’s moet inventariseren, de nodige maatregelen moet nemen, instructies moet geven en daarop ook toezicht moet houden. De zorgplicht van de werkgever is veelomvattend en reikt ver. Wel benadrukt de Hoge Raad dat artikel 7:658 BW geen risicoaansprakelijkheid in het leven beoogt te roepen en dus ook geen absolute waarborg schept voor bescherming tegen gevaar.

De werkgever moet dus, om aan te tonen, dat hij aan zorgplicht heeft voldaan, hard maken dat hij ten minste die maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Wat van de werkgever in redelijkheid mag worden verwacht, zal afhangen van de omstandigheden van het geval. In deze zaak oordeelden de rechters dat de werkgever het in wezen aan de werknemers overliet hoe zij de busjes wilden schoonmaken. Dat kon binnen gebeuren maar het kon ook buiten. De werkgever was er van op de hoogte, dat dit in de praktijk ook zo werd gedaan. Maar over de wijze waarop de auto’s moesten worden schoongemaakt waren niet of nauwelijks instructies gegeven. Behoudens dan om de stofzuigerslang van de (industriële) stofzuiger door een luikje in de deur te leiden om geluidsoverlast tegen te gaan. Van enige instructie ter bescherming van de veiligheid van de werknemers of ter voorkoming van ongelukken is niet gebleken. Het hof zet ook vraagtekens bij de veiligheid van het schoonmaken van de auto’s binnen in de garage en komt tot het eindoordeel dat de werkgever onvoldoende heeft gesteld om aan te tonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.

Tot slot wordt opgemerkt, dat de werkgever er niet is met het nemen van de benodigde veiligheidsmaatregelen en het geven van de nodige instructies om veilig met die middelen te kunnen werken. Hij moet ook het nodige toezicht (laten) houden op behoorlijke naleving van de instructies, en het onderhoud van werkruimten en materialen. 

Conclusie

De zorgplicht van de werkgever vraagt een actieve opstelling waarbij hij de wijze van uitvoering de werkzaamheden niet zo maar mag overlaten aan de inzichten van de werknemers. 

Gerechtshof Arnhem, 11 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:956