Uitspraak in het vizier

Op deze pagina wordt regelmatig een uitspraak geplaatst die van bijzondere waarde is voor de (rechts)praktijk, met name op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid. Voor uitspraken uit de dagelijkse praktijk van arbeidsomstandigheden en veiligheid verwijs ik naar de website van de NVVK, Jurisprudentie, Actueel en Archief. Deze site wordt elke maand door mij aangevuld met recente jurisprudentie. Daarnaast wordt in het tijdschrift Arbo Actueel elke veertien dagen de meest actuele rechtspraak op dit gebied opgenomen.

Zaagmachine onvoldoende afgeschermd.

Een werknemer raakt bij het op maat zagen van rubberen tegels met zijn vinger het zaagblad van de elektrische zaagmachine.  Ziekenhuisopname is het gevolg. De werkgever krijgt een boete wegens overtreding van het Arbobesluit. De beveiliging van de machine was door de werknemer er af gehaald. Bezwaar wordt tot aan de Raad van State verworpen: het is aan de werkgever om de bepalingen van de Arbowetgeving na te leven. 

Feiten

In juni 2010 is een werknemer van een woninginrichter bezig om rubberen tegels van 50 bij 50 cm te verkleinen naar het formaat van 15 bij 15 cm met behulp van een tafel-, afkort- en verstekzaagmachine. Op enig moment duwt hij bij het zagen met zijn rechterhand de tegel langs het zaagblad. Die blijft door de wrijving aan het zaagblad plakken. Daardoor komt zijn wijsvinger tegen het draaiende zaagblad. Hij loopt daardoor zodanig letsel op, dat ziekhuisopname noodzakelijk is. Na onderzoek door de Arbeidsinspectie krijgt de werkgever een boete van € 8.100 wegens overtreding van 7.7, eerste lid, Arbobesluit, omdat bewegende delen van het arbeidsmiddel niet zijn voorzien van schermen of beveiligingsinrichtingen, zodat het gevaar zoveel mogelijk is voorkomen. Beroep bij de rechtbank wordt op 3 oktober 2012 afgewezen en de werkgever gaat in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.  

Oordeel afdeling bestuursrechtspraak Raad van State

De Afdeling oordeelt als volgt: Volgens de werkgever was de zaagmachine door een extern bureau gekeurd en voorzien van beschermkap en spouwmes, maar die had de werknemer zelf verwijderd. De Afdeling herhaalt nogmaals, dat overtreding van art. 7.7 Arbobesluit een beboetbaar feit is, zonder dat daarvoor opzet of schuld vereist is. Daarom staat de overtreding vast als aan de materiële voorschriften van het artikel is voldaan. Ten tijde van het ongeval waren spouwmes en beschermkap van de zaagmachine verwijderd, waarmee de bewegende delen van het arbeidsmiddel niet van schermen of kappen waren voorzien. Daarmee is artikel 7.7, eerste lid, Arbobesluit overtreden zodat de minister bevoegd was een boete op te leggen. De vraag door wie het spouwmes en de beschermkap zijn verwijderd is niet van belang omdat de werkgever op grond van artikel 9.1 Arbobesluit verplicht is tot naleving. De werkgever heeft betoogd, dat de risico’s periodiek werden geïnventariseerd en dat daarbij geen specifieke risico’s zijn geconstateerd voor het gebruik van de zaagmachine. Ook hebben alle medewerkers instructie gekregen over veilig werken en er wordt frequent toezicht gehouden op alle projecten. Het bedrijf spant zich tot het uiterste in op het gebied van veilig werken en kan dan ook geen verwijt worden gemaakt. Maar volgens de Afdeling ziet de boete uitsluitend op het ongeval en niet naar het gevoerde arbobeleid in het algemeen. Zoals de werkgever zelf in zijn zienswijze op 12 september 2012 heeft vermeld, heeft de werknemer zelf besloten om de zaagmachine te gebruiken voor het snijden van de rubberen tegels, nadat hij eerst had geprobeerd de tegels met een stanleymes te snijden, zoals was geadviseerd door de leverancier. Het zagen van rubberen tegels staat niet in de ri&e, waarmee niet is voldaan aan de eerste voorwaarde voor matiging van de boete. Het hoger beroep is ongegrond. 

Aantekening

Zoals bij eerdere overtredingen die door de Inspectie SZW met een bestuurlijke boete worden afgedaan al werd vermeld, is verlaging van de boete – of zelfs geheel kwijtschelden daarvan – gebonden aan strenge regels. Omdat die bepalingen niet alleen in de (oude) Beleidsregel 33 maar op dezelfde wijze gelden voor de sinds 1 januari 2013 geldende Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving worden deze (drie) criteria onderstaand nog maar eens opgesomd.

 

De op te leggen boete kan onder omstandigheden worden gematigd. Dat is het geval als: (1) de werkgever aantoont dat hij de risico's van de werkzaamheden waarvoor hij beboet is voldoende heeft geïnventariseerd en ook de nodige maatregelen heeft getroffen dan wordt de boete met 1/3 gematigd; (2) de werkgever bovendien aantoont dat hij voldoende instructies heeft gegeven, wordt de boete met nog een derde gematigd; (3) de werkgever bovendien aantoont dat hij adequaat toezicht heeft gehouden, wordt geen boete opgelegd. Het woord 'bovendien' van punt 2 en punt 3 betekent dat eerst aan de voorgaande vereisten moet zijn voldaan, wil de werkgever aanspraak kunnen maken op het niet-opleggen van de boete. Zoals boven opgemerkt is deze systematiek ook van toepassing op de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving.

 

In de bovenstaande zaak heeft de werkgever niet kunnen aantonen, dat het zagen van rubberen tegels onderwerp was geweest van de risico-inventarisatie en –evaluatie.  Daarmee was aan het eerste criterium niet voldaan en komen de daarop volgende criteria niet meer aan de orde. Een beroep op de foutieve handelwijze van de werknemer faalt, omdat de zorg voor de veiligheid op grond van de bepalingen van de Arbowetgeving primair berust bij de werkgever. Zie daarvoor artikel 9.1 Arbeidsomstandighedenbesluit. 

Let op

Op de werkgever rust de plicht tot naleving van de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Overtreding levert een beboetbaar feit op, zonder dat daarbij sprake hoeft te zijn van opzet of schuld van de kant van de werkgever. Een goede ri&e kan wel bijdragen aan het verminderen van het boetebedrag. 

(Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak, 8 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2)