Inspraak stoffenbeoordeling REACH. 

Kort geding betreffende de in de REACH verordening voorgeschreven stoffenbeoordeling. Enkele bedrijven vorderen onder meer de Staat der Nederlanden te bevelen het door de Nederlandse bevoegde instantie opgestelde ontwerpbesluit, dat is aangeleverd aan de ECHA, in te trekken en eisers in de gelegenheid te stellen alsnog hun zienswijze kenbaar te maken. De eis wordt afgewezen omdat niet kan worden aangenomen dat de Staat het vertrouwensbeginsel is geschonden. Verder zijn op het handelen van de Staat wel de algemene bepalingen van afdeling 3.2 Awb van toepassing, maar was de Staat niet verplicht om eisers in de gelegenheid te stellen hun zienswijze kenbaar te maken vˇˇr toezending van het ontwerpbesluit aan de ECHA. De REACH-verordening voorziet in rechtsbescherming en inspraakmogelijkheden. Er is geen sprake van een leemte in de rechtsbescherming. 

De feiten

Elf Europese bedrijven, die siliciumdioxide produceren, dagen in kort geding de Staat der Nederlanden (i.c. het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Rijksinstituut voor Volksgezondheid) en wegens opname van deze stof in de REACH-verordening. Deze Europese verordening voor chemische stoffen staat voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen. Een bedrijf moet de risico's kennen van stoffen die het produceert, verwerkt of doorgeeft aan klanten. Daarnaast moet het maatregelen nemen om die risico's te beheersen. De verordening is rechtstreeks werkend in de Europese lid-staten. Siliciumoxide is sinds 2012 in de stoffenlijst opgenomen en valt daarmee onder de voorgeschreven stoffenbeoordeling. De European Chemicals Agency (de ECHA) is verantwoordelijk voor de co÷rdinatie van deze procedure en zorgt dat de in het actieplan vermelde stoffen worden beoordeeld. Een en ander geschiedt volgens een reguliere stoffenbeoordelingsprocedure, belegd bij de bevoegde instanties van de lidstaten. Voor Nederland is dat het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De uitvoering  is gedelegeerd aan Bureau REACH van het RIVM. Tegen een besluit kunnen de registranten beroep instellen. Zo niet dan stelt de Commissie een ontwerpbesluit op dat volgens een andere procedure wordt aangenomen. De bedrijven hebben eind maart de Nederlandse bevoegde instantie gevraagd om een bijeenkomst te beleggen voordat het ontwerpbesluit zou worden gestuurd naar de ECHA. Maar volgens die instantie is dat geen wettelijke verplichting. Daarbij is opgemerkt dat er voldoende gelegenheid is geweest om opmerkingen te maken. De bedrijven hebben op 4 april 2013 van de ECHA het ontwerpbesluit ontvangen. De termijn voor het maken van opmerkingen verliep op 6 mei. De bedrijven vorderen in kort geding om de Staat te bevelen, het door de Nederlandse bevoegde instantie opgestelde ontwerpbesluit in te trekken en alsnog in de gelegenheid worden gesteld op grond van de Algemene wet Bestuursrecht (Awb) hun zienswijze kenbaar te maken.  

Oordeel rechtbank

Volgens de rechter is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Weliswaar zijn de algemene bepalingen van afdeling 3.2 Awb van toepassing, maar de Staat was daarmee niet verplicht om de eisers in de gelegenheid te stellen hun zienswijze kenbaar te maken voordat het ontwerpbesluit aan de ECHA werd gestuurd. Die is belast met en verantwoordelijk voor de (co÷rdinatie van de) procedure van de stoffenbeoordeling. Het verloop van deze procedure wordt geregeld in de REACH verordening. Deze verordening voorziet in rechtsbescherming van de registranten en inspraakmogelijkheden. Geregeld is, dat de registranten opmerkingen kunnen maken over ontwerpbesluiten en (wijzigings)voorstellen voordat door de ECHA een definitief besluit wordt genomen. Ook voorziet de REACH-verordening in een beroepsmogelijkheid. Van een leemte in de rechtsbescherming is daarom geen sprake. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

 Aantekening

Het Gemeenschapsrecht van de Europese Unie kent verordeningen, richtlijnen, beschikkingen, aanbevelingen en adviezen.

Verordeningen: hebben een algemene strekking en zijn rechtstreeks verbindend voor de lidstaten. Zij zijn van toepassing op een onbepaald aantal gevallen en personen.
Richtlijnen: leggen aan de nationale overheid de verplichting op om binnen een bepaalde termijn de nationale wetgeving aan het EG-recht aan te passen (de meeste bepalingen uit de Arbeidsomstandighedenwet en -besluit zijn het gevolg van de implementatie van Richtlijn 89/391/EEG en de daarop gebaseerde bijzondere richtlijnen). De wijze waarop is daarbij niet van belang: het gaat om het in de Richtlijn aangegeven te bereiken resultaat. 
Beschikkingen: zijn verbindend voor bepaalde met naam en toenaam genoemde (rechts)personen of lidstaten en zijn slechts verbindend voor het te bereiken resultaat.
Aanbevelingen en adviezen: hebben geen wettelijke status maar kunnen wel richtinggevend zijn.

 

 

 

In deze zaak betrof het de REACH verordening, die dus rechtstreekse werking heeft. In Nederland is het bureau REACH opgericht, een onderdeel van het Stoffen Expertise Centrum van het RIVM. Het bureau REACH voert vele wettelijke taken van de REACH Verordening uit in opdracht van de ministeries van Infrastructuur & Milieu en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarbij worden deskundigen ingeschakeld van RIVM en/of derde organisaties die het Bureau voorzien van wetenschappelijk onderbouwde adviezen. Deze adviezen zijn te zien als ondersteuning van de Nederlandse bijdragen aan ontwikkeling van richtsnoeren voor uitvoering van de REACH- en CLP wetgeving (= verordening Classification, Labelling and Packaging) in samenwerking met de andere lidstaten en het Europees Agentschap ECHA.

 

Bedrijven moeten hun stoffen registreren en daarvoor moeten ze samenwerken met andere bedrijven die dezelfde stof registreren. De registratie en de gevaren worden vervolgens beoordeeld (in Nederland) door Bureau Reach, die dit (kortweg) deze gegevens weer doorstuurt aan ECHA. Daar vindt de uiteindelijke vaststelling van een stoffenbesluit plaats, waarbij de REACH verordening zelf nog voldoende inspraakmogelijkheden biedt. Daarom acht de rechter het niet nodig, dat het Nederlandse ontwerpbesluit, alvorens het naar ECHA wordt gestuurd, ook nog aan inspraakprocedure wordt onderworpen.

 Let op

Bij de totstandkoming van regels op basis van Europese Verordeningen zoals de REACH verordening, kunnen de landelijke inspraakmogelijkheden minder ruim zijn. Wel moet dan zijn voorzien in een consultatieronde op Europees niveau. Dat is bij REACH het geval.

Wettelijk kader

Afdeling 3.2 Algemene wet bestuursrecht.

Verordening inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (EG) nr. 1907/2006

Rechtbank Den Haag, 3 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3806