Werkgever blijft zelf verantwoordelijk voor de veiligheid.

Een werkgever krijgt een boete omdat een van zijn werknemers op een bouwproject door een gat in de vloer valt. In hoger beroep is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van oordeel, dat de werkgever de risico’s onvoldoende heeft geďnventariseerd. De Afdeling oordeelt ook dat de werkgever er niet in is geslaagd aan te tonen dat hem geen enkel verwijt valt te maken. De afspraak met de hoofdaannemer dat het tot zijn taak behoorde maatregelen te treffen om ongevallen door onvoldoende beveiliging en signalering van sparingen in de vloeren van het gebouw te voorkomen en dat de hoofdaannemer dagelijks toezicht zou houden op de veiligheid, ontsloeg de werkgever niet van zijn verplichting zelf de nodige maatregelen te treffen. 

Feiten

Bij de uitbreiding van een bedrijfspand zijn verschillende bedrijven aan het werk. Een van hen treedt op als hoofdaannemer. Onderaannemer Jansen huurt voor installatie-werkzaamheden op de tweede verdieping twee werknemers in. Op deze verdieping bevindt zich een uitsparing van 120 bij 150 cm, afgedekt met zes losliggende steigerplanken van 20 bij 300 cm. Eén van de werknemers verplaatst een rolsteiger en loopt achteruit naar de sparing. De planken die op de sparing zijn gelegd blijken na eerdere werkzaamheden niet meer opnieuw vastgelegd te zijn. De planken zijn iets verschoven en de werknemer valt 4,5 meter naar beneden en wordt opgenomen in een ziekenhuis. Werkgever Jansen krijgt een boete van € 9000 wegens overtreding van art. 3.16 Arbobesluit. Dat geeft aan, dat bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer is aangebracht of het gevaar wordt tegengegaan door doelmatige hekwerken, leuningen of andere voorzieningen. Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden, openingen in vloeren, of als men meer dan 2,5 meter kan vallen. Bezwaar van de werkgever is vergeefs, maar beroep bij de rechtbank slaagt. Nu gaat de staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in beroep bij de Raad van State.

Oordeel Raad van State

De boete is opgelegd omdat de steigerplanken niet waren vastgemaakt en er geen andere voorzieningen waren om valgevaar te voorkomen. Artikel 3.16, Arbobesluit bevat geen opzet of schuld als bestanddeel. Daarom is sprake van een overtreding als aan de materiële voorwaarden van dit artikel is voldaan. Als een werkgever betoogt dat die overtreding hem niet kan worden verweten, zal hij dit aannemelijk moeten maken. Uit paragraaf 5 van het VGM-plan blijkt, dat de risico's voor valgevaar in de vloer vooraf waren geďnventariseerd. Volgens afspraak zou de hoofdaannemer maatregelen nemen om ongevallen door onvoldoende beveiliging van sparingen in de vloeren te voorkomen en dagelijks toezicht houden op de veiligheid. Maar deze afspraken ontslaan werkgever Jansen niet van zijn verplichting zelf de nodige maatregelen te treffen. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend. Jansen had, als werkgever, erop moeten toezien dat adequate voorzieningen werden getroffen om het valgevaar te voorkomen. Dat de sparingen tijdens de door Jansen op diverse data uitgevoerde werkplekinspecties veilig waren afgedekt, leidt niet tot het oordeel dat het bedrijf in dit geval geen of een verminderde mate van verwijt kan worden gemaakt.

 

De werknemers van Jansen kenden het VGM-plan en waren in het algemeen op valgevaar bij schachtopeningen en kleine sparingen in de vloer geattendeerd. De voorman heeft het slachtoffer, voordat hij op de bewuste dag begon, niet verteld waar sparingen in de vloer zaten. Het had volgens de Raad wel op diens weg gelegen, om het slachtoffer daarop te wijzen en te controleren, of de sparingen ook afdoende waren afgedekt. De voorman wist van de sparingen maar dacht dat de steigerplanken die dienden als afdekking ook waren vastgeschroefd.

 

Daarom concludeert de Raad, dat Jansen de risico's van de betreffende werkzaamheden niet voldoende heeft geďnventariseerd en niet de nodige preventieve maatregelen heeft genomen. Dat er twaalf keer per jaar een toolboxmeeting wordt gehouden en het bedrijf ISO- en VCA-gecertificeerd is, maakt dat niet anders. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond. Dat heeft tot gevolg, dat de opgelegde boete in stand blijft. 

Aantekening

Artikel 3.16 Arbobesluit gaat over welke maatregelen en voorzieningen moeten worden getroffen om valgevaar te voorkomen. Het artikel leest als een technische handleiding: tegen valgevaar moet bijvoorbeeld een leuning of andere valwerende maatregel worden aangebracht. Dit zijn de zogenaamde de materiële vereisten. Het artikel rept nadrukkelijk niet over schuld op opzet (en de mogelijke consequenties daarvan) van noch werkgever noch werknemer.

 

De op te leggen boete kan onder omstandigheden worden gematigd. Beleidsregel 33 geeft aan dat een boete kan worden gematigd als: (1) de werkgever aantoont dat hij de risico's van de werkzaamheden waarvoor hij beboet is voldoende heeft geďnventariseerd en ook de nodige maatregelen heeft getroffen dan wordt de boete met 1/3 gematigd; (2) de werkgever bovendien aantoont dat hij voldoende instructies heeft gegeven, wordt de boete met nog een derde gematigd; (3) de werkgever bovendien aantoont dat hij adequaat toezicht heeft gehouden, wordt geen boete opgelegd. Het woord 'bovendien' van punt 2 en punt 3 geeft aan dat allereerst aan de voorgaande vereisten moet zijn voldaan, wil de werkgever aanspraak kunnen maken op het niet-opleggen van de boete. Opgemerkt wordt dat deze systematiek ook geldt voor de sinds 1 januari 2013 ingevoerde Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving.

Let op

Bij het werken op hoogte moeten de juiste en meest veilige voorzieningen worden getroffen. De “eigen” werkgever blijft wel zelf verantwoordelijk voor het treffen van de nodige maatregelen, ondanks eventueel gemaakte afspraken met de opdrachtgever.

 (Raad van State, afd. Bestuursrechtspraak, 13 maart 2013. LJN: BZ4006)