Einduitspraak in zaak NEN-normen

Een Bouwadviesbureau eist van de Staat der Nederlanden en het Nederland Normalisatie Instituut, NNI, dat de NEN-normen niet verbindend worden verklaard omdat de voorschriften niet overeenkomstig de Bekendmakingswet bekend zijn gemaakt en daarom geen onderdeel zijn van deze regelgeving. De Hoge Raad oordeelt dat de NEN-normen geen algemeen verbindende voorschriften zijn zodat deze normen ook niet volgens de Bekendmakingswet bekend hoeven te worden gemaakt.

Feiten

Bouwadviesbureau Knooble adviseert en begeleidt bouwprojecten. Ook via de website wordt informatie gegeven over het voorbereiden en uitvoeren van bouwprojecten. Daaronder vallen ook NEN-normen, uitgegeven door het NNI. Knooble eist dat deze normen, waarnaar in het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit wordt verwezen, niet verbindend worden verklaard omdat de voorschriften niet overeenkomstig de Bekendmakingswet bekend zijn gemaakt en daarom geen onderdeel kunnen c.q. mogen zijn van deze regelgeving. Ook zou de tekst van de normen vrij van auteursrecht en dus gratis verkrijgbaar moeten zijn. De rechtbank heeft een deel van de vordering toegewezen, maar het Hof heeft dit vonnis vernietigd. 

Oordeel Hoge Raad

Knooble heeft aangevoerd dat een wettelijk voorschrift niet in werking treedt zolang het niet op de voorgeschreven wijze is gepubliceerd. Dat is met de NEN-normen niet gebeurd en daarom zijn ze niet in werking getreden en niet verbindend. In cassatie komt de Hoge Raad tot het volgende oordeel. Dat een wettelijk voorschrift eerst op voorgeschreven wijze moet worden gepubliceerd is door het hof - anders dan de rechtbank - afgewezen. De Hoge Raad volgt het oordeel van het Hof omdat (kortweg) het NNI geen wetgevende bevoegdheid heeft en beargumenteert dat niet alle normen algemeen verbindende voorschriften zijn in de zin der wet. De wetgever kan ook nooit hebben bedoeld dat de NEN-normen zodanige voorschriften zouden zijn. Dat is al duidelijk doordat veel van deze NEN-normen geen enkele eis stellen, maar slechts (technische) reken-, meet- of regelmethoden standaardiseren. Het tweede argument van Knooble is dat artikel 11 Auteurswet bepaalt dat voor wetten geen auteursrecht geldt. Als NEN-normen als verbindende voorschriften (een materiele wet) moeten worden gezien, kan het NNI geen auteursrecht laten rusten op die normen. De Hoge Raad wijst dit argument af. En tenslotte is de Hoge Raad van oordeel dat de NEN-normen, waarnaar in het Bouwbesluit wordt verwezen, moeten worden gezien als uitgevaardigd door het NNI. Volgens Knooble was door de verwijzing in het Bouwbesluit de inhoud van die normen onderdeel geworden van het verwijzende voorschrift. Maar de Hoge Raad is van oordeel dat het NNI niet is uitgerust met wetgevende bevoegdheid. Daarom zijn de normen waarnaar wordt verwezen niet te zien als wettelijke voorschriften die moeten worden bekend gemaakt overeenkomstig de Bekendmakingswet. Daarmee kan ook het NNI het auteursrecht op deze NEN-normen handhaven tegenover iedereen die deze normen nodig heeft. Volgens de Hoge Raad zijn de normen niet door de Staat maar door het NNI uitgevaardigd. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Noot

Regelgeving in Nederland bestaat op diverse niveaus. Naast (formele) wetgeving die door de Tweede en Eerste Kamer wordt gemaakt, kennen we bijvoorbeeld beleidsregels zoals de Beleidsregels Ontslagtaak UWV Werkbedrijf. Veel van deze regels zijn te herleiden tot formele wetgeving. In geval van de NEN-normen was dat niet duidelijk. Weliswaar werd in de wetgeving, zoals het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit, naar de NEN-normen verwezen, maar onduidelijk was wat de juridische status was van deze normen. De NEN- normen zijn immers opgesteld door het NNI, een privaatrechtelijke organisatie en hebben tot doel technische specificaties en regels te scheppen waarin omschreven wordt waaraan een product, proces of dienst dient te voldoen. Hoewel de NEN-normen een breed draagvlak kennen was dus niet duidelijk wat de juridische status was. De Hoge Raad heeft in haar uitspraak daar nu duidelijkheid aan gegeven. Volgens de Hoge Raad moet worden gekeken of de betreffende regelgeving c.q. normen zijn opgesteld door een orgaan dat daartoe volgens een formele wet bevoegd is. Aangezien de NNI geen formele bevoegdheid heeft, zijn de NEN-normen dus geen algemeen verbindende voorschriften en hoeven ze dus niet te worden gepubliceerd in het Staatblad of de Staatcourant. Bovendien heeft het NNI auteursrecht ten aanzien van deze regels en kunnen zij dus een vergoeding vragen voor een exemplaar van de NNI-regels. Het feit dat in de wetgeving naar de NEN-normen wordt verwezen en vooraf tussen de minister en de NNI wordt afgestemd of in het Bouwbesluit wordt verwezen naar de NNI-normen maakt dat niet anders. 

HR 22 juni 2012, LJN BW0393