Ongeval door val van ladder

Een werknemer raakt ernstig gewond bij het demonteren van een zonnescherm op ongeveer 4 meter hoogte op de 1e verdieping van een flat. Hij gebruikt een ladder, terwijl zijn collega werkt vanuit de bak van een hoogwerker. De werkgever krijgt een boete van 5.400 euro, omdat hij de risico’s van het werk niet voldoende heeft geďnventariseerd. Ook heeft hij van tevoren niet bedacht welke maatregelen getroffen hadden moeten worden om het ongeval te voorkomen. De werkgever tekent bezwaar aan. Dat wordt afgewezenen en hij gaat in beroep bij de rechtbank. Die handhaaft de boete, omdat het gebruik van een ladder niet uitdrukkelijk was verboden en de werkwijze in de praktijk gebruikelijk was.

Feiten

Begin 2010 zijn twee werknemers bezig om zonneschermen van een flat te vervangen. Voordat de nieuwe geplaatst wordt moeten eerst de oude zonneschermen worden verwijderd. Zij demonteren daarom het oude zonnescherm op de 1e verdieping op ongeveer 4 meter hoogte. Een van hen staat in de bak van de hoogwerker, die de werkgever heeft meegegeven. De ander staat op een ladder. Hij heeft een schroefmachine bij zich. Omdat hij geen holster heeft om die machine op te bergen, klemt hij de machine tussen zijn benen. Als de machine plotseling wegglijdt probeert hij die te pakken, terwijl hij met zijn andere arm de uitvalarm van het zonnescherm vasthoudt. Die arm klapt open, waardoor de werknemer van de ladder valt, ernstig letsel oploopt en in het ziekenhuis wordt opgenomen. 

De Arbeidsinspectie onderzoekt het ongeval en komt tot de conclusie dat de werkgever van het slachtoffer te kort is geschoten. De risico’s van het werk zijn vooraf niet voldoende geďnventariseerd en ook zijn niet de maatregelen getroffen die nodig waren. De werkgever heeft wel een hoogwerker verstrekt, maar hij heeft de werknemers niet uitdrukkelijk verboden om gelijktijdig ook van een ladder gebruik te maken. Uit de verklaringen van de werknemers blijkt dat deze werkwijze gebruikelijk was. De werkgever heeft ook geen duidelijke werkwijze bedacht over de wijze waarop een gespannen uitvalarm gedemonteerd moet worden of instructie gegeven hoe een schroefmachine tijdens dit werk opgeborgen kon worden. Hierdoor heeft de werkgever er niet voor gezorgd dat de ladder, waarop de werknemer zich met de schroefmachine bevond, zodanig werd gebruikt dat de werknemer steeds een veilige steun en houvast had en dat de werknemer zijn werk veilig kon doen. Wegens overtreding van  artikel 7.23a, derde lid Arbobesluit wordt een boete opgelegd van 5.400 euro. Bezwaar van de werkgever wordt verworpen en hij gaat in beroep bij de rechtbank. De werkgever vindt dat hij alles heeft gedaan om zijn werknemers veilig te laten werken. 

Oordeel Rechtbank

Volgens de rechtbank staat vast dat het ongeval is veroorzaakt doordat de ladder niet zodanig is gebruikt dat de werknemer steeds veilige steun en houvast had. Daarom is de boete in beginsel terecht. Die kan alleen gematigd worden als is voldaan aan de in de beleidsregel 33 van de Arbowet opgenomen matigingsfactoren. De bewijslast berust bij de werkgever, die moet aantonen dat hij aan deze matigingsgronden heeft voldaan. De rechtbank is van oordeel dat de werkgever daarin niet is geslaagd. De werkgever heeft een aantal algemene veiligheidsmaatregelen genomen, zoals het meegeven van een hoogwerker. Maar hij heeft niet uitdrukkelijk verboden om gelijktijdig gebruik te maken van een ladder, terwijl de werknemers standaard een ladder in de bedrijfsbus bij zich hadden. Ook ontbreekteen ri&e voor het werk aan deze flat. Uit de verklaringen van de werknemers blijkt dat de gevolgde werkwijze met een hoogwerker aan de ene kant en een ladder aan de andere kant gebruikelijk was. Ook zijn geen instructies gegeven vanaf welke hoogte er niet met een ladder gewerkt mocht worden, hoe de schroefmachine tussentijds opgeborgen moest worden en wat de juiste volgorde was om de uitvalarm van een zonnescherm te demonteren. De werkgever er niet in geslaagd aan te tonen dat de boete gematigd moet worden en daarom blijft de opgelegde boete in stand. 

Aantekening

De werkgever moet van tevoren goed de mogelijke risico’s in kaart brengen en nadenken welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat die gevaren zich voordoen. Daarbij is het goed om duidelijk aan de werknemers te vertellen wat de werkzaamheden inhouden en hoe die moeten worden uitgevoerd. Ga daarbij niet te veel uit van de ervaring van werknemers, maar maak duidelijk wat wordt verwacht. Het vaststellen van de risico’s is daarbij een randvoorwaarde. Dat moet door middel van de risico inventarisatie en evaluatie. Daarnaast mag niet worden vergeten, dat ook de nodige voorlichting moet worden gegeven. Zeker nu de praktijk uitwijst dat juist ervaren werknemers zich tijdens de gebruikelijke werkzaamheden niet altijd bewust zijn van het risico van hun handelingen. Werken op hoogte is een belangrijke oorzaak van arbeidsongevallen. Van de werkgever worden niet alleen algemene veiligheidsmaatregelen verwacht: hij moet ook aandacht schenken aan bijzondere maatregelen om dergelijke ongevallen te voorkomen.

Rb Rotterdam, 19 januari 2012, Arboprof