Fatale val van heftruck 

Een ingeleende werknemer rijdt mee op een heftruck, komt ten val en opverlijdt als gevolg van het ongeval. De ingeleende chauffeur van de heftruck heeft geen rijbewijs of certificaat voor de besturing van een heftruck. De rechtbank is van oordeel, dat de werkgever een situatie in het leven heeft geroepen dat niet gecertificeerde (jeugdige) personen vorkheftrucks konden besturen waarop andere werknemers mee konden rijden. Die tekortkoming voor het (niet) nemen van voorzorgsmaatregelen en het stellen van eisen aan de veiligheid kan volgens de rechtbank de rechtspersoon worden toegerekend. 

De feiten.

Eind februari 2008 rijdt een door een onderaannemer ingeleende werknemer op een scheepswerf mee op een heftruck. Hij valt van het voertuig waarna zijn jas bekneld raakt tussen de linkerachterband en het wegdek. De jas wordt zo strak tegen de heftruck aangetrokken dat zijn borstkas wordt ingedrukt. Enkele belangrijke bloedvaten scheuren af en het slachtoffer overlijdt aan een inwendige bloeding. De heftruck werd bestuurd door een 17-jarige werknemer van de scheepswerf. Hij was niet in het bezit van een certificaat of rijbewijs om de heftruck te besturen. Volgens eigen zeggen heeft hij van de projectleider een instructie van vijf minuten gehad hoe hij de heftruck moest beturen. Het openbaar ministerie vervolgt de onderneming omdat er werkzaamheden zijn verricht waarbij gevaar kon ontstaan voor de veiligheid van andere personen dan de werknemers en geen doeltreffende maatregelen zijn genomen om dat gevaar te voorkomen (art. 10 Arbowet). De werkgever voert aan dat het bedrijf sinds 2003 VCA gecertificeerd is. Verder betrof het een werknemer van een professioneel uitzendbureau waarvan mocht worden aangenomen dat het uitzendbureau ervoor had gezorgd dat er een deugdelijke instructie was gegeven. De werknemers wisten dat meerijden niet was toegestaan. Er zat ook nog een sticker op de heftruck waarop staat dat meerijden verboden is. Kortom, er waren voldoende doeltreffende maatregelen genomen om het gevaar voor derden tegen te gaan.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat op een (vaak onoverzichtelijk en dynamisch) terrein van een scheepswerf altijd gevaar te duchten is voor de veiligheid van personen, gezien de verkeersbewegingen van heftrucks, kranen en ander groot materieel in combinatie met los liggende voorwerpen en rondlopend personeel. Handhaving van de Arboregelgeving is dus van groot belang. Zeker als binnen de onderneming veel ingeleend personeel werkt, waarbij het ook vaak gaat om jeugdigen of mensen die geen Nederlands spreken. Weliswaar heeft een bedrijfsleider verklaard, dat in het dagelijks werkoverleg met de directie één of twee keer het meerijden op de vorkheftruck is besproken. Maar wat daar verder mee gebeurde was volgens hem niet zijn zaak. In de arbeidscontracten stond niets over de naleving van de veiligheidsvoorschriften en eventuele sancties bij het overtreden van die voorschriften. Er was een beveiligingsplan, maar het schortte aan de implementatie en goede controle op de naleving van de veiligheidsvoorschriften. Daardoor is een situatie in het leven geroepen dat niet gecertificeerde (jeugdige) personen vorkheftrucks konden besturen en andere - ingeleende - werknemers daarop mee konden rijden. Die tekortkoming op het gebied van te nemen voorzorgsmaatregelen en te stellen eisen van veiligheid kan aan de rechtspersoon worden toegerekend. De rechtbank legt de onderneming een boete op van 20.000 Euro, conform de eis van de officier van justitie.

Aantekening

De scheepswerf (als onderneming) wordt verweten dat zij een gevaarlijke situatie heeft laten ontstaan voor op de scheepswerf werkzame personen. Het gaat hier met name om overtreding van artikel 10 lid 1 Arbowet: Indien bij of in rechtstreeks verband met de arbeid die de werkgever door zijn werknemers doet verrichten in een bedrijf of een inrichting of in de onmiddellijke omgeving daarvan gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van andere personen dan die werknemers, neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter voorkoming van dat gevaar. Maar ook artikel 19 lid 1 van de Arbowet speelt een rol. Als in een bedrijf of inrichting verschillende werkgevers arbeid laten verrichten, moeten zij onderling op doelmatige wijze samenwerken om de naleving van de arboregels te verzekeren. Verder speelt een rol dat er op de arbeidsplaats waar jeugdigen werken deskundig toezicht wordt uitgeoefend (Art. 1.37 lid 1 Arbobesluit. En tot slot geeft artikel 7.17c lid 1 Arbeidsomstandighedenbesluit nog aan, dat mobiele arbeidsmiddelen met een eigen aandrijving moeten worden bediend door werknemers die daartoe een specifieke deskundigheid bezitten.

Uit de rechtszaak blijkt ook, dat er kennelijk vanuit de leiding van het bedrijf geen – of in elk geval te weinig - aandacht was voor de dagelijkse veiligheid en op het naleven van de veiligheidsvoorschriften. Zeker omdat het hier gaat om een veelheid aan ingeleende arbeidskrachten waarvan kennelijk veel van de werknemers ook de Nederlandse taal niet of in elk geval onvoldoende machtig zijn. Dat kan de communicatie in de dagelijkse veiligheid bemoeilijken en daarmee aanleiding zijn voor ongevallen.  

(Rb Middelburg, 30 september 2009, LJN: BK0742)

Artikel 10 lid 1 & 19 lid 1 Arbeidsomstandighedenwet
Artikel 1.37 lid 1 & 7.17c lid 1 Arbeidsomstandighedenbesluit