Zorgplicht is meer dan naleven wettelijk voorschrift.

Een werknemer krijgt een ongeval met een heftruck en vordert schadevergoeding. De heftruck is niet uitgerust met een veiligheidsgordel. De werkgever verweert zich door te stellen, dat die voorziening bij de aanschaf van de truck nog niet verplicht was. Zowel kantonrechter als in hoger beroep het gerechtshof vinden dit verweer niet ter zake. Het voldoen aan de zorgplicht is immers meer dan het uitsluitend voldoen aan een wettelijk voorschrift.

De feiten

Een werknemer krijgt in juni 2002 een ernstig ongeval met een heftruck en vordert schadevergoeding. De precieze gevolgen worden uit het proces-verbaal van de zitting niet duidelijk, wel dat de kantonrechter in maart 2006 de vordering van de werknemer heeft toegekend. Het gaat om een bedrag van bij elkaar ruim 3675.000 Euro. De werkgever gaat in beroep. Hij vindt dat hij wel aan zijn zorgverplichting heeft voldaan. Het ongeval is gebeurd doordat de werknemer in een loods met de lepels van de heftruck nogal laag over de grond heeft gereden en toen is gebotst op een randje of waterkering van 10 cm hoog. Op de heftruck is geen gordel aangebracht: dat was bij de aanschaf ven de heftruck (nog) niet verplicht.

Standpunt werkgever

De werkgever vindt dat hij niet in zijn zorgplicht is tekort geschoten. Verder is hij van mening, dat er sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de (ervaren) werknemer.

Oordeel gerechtshof

Het gerechtshof stelt vast dat de kern van het geschil de vraag is of de werkgever heeft voldaan zijn zorgplicht (artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek). Van een werkgever kan in beginsel niet het onmogelijke worden verwacht in het nakomen van zijn zorgplicht. Maar van een werkgever mag wel meer worden geëist bij het treffen van voorzorgsmaatregelen dan hier het geval was. Op heftrucks als die waarmee het ongeval is gebeurd was sinds december 1998 een veiligheidsgordel verplicht. Deze heftruck is van het bouwjaar 1998, maar werd afgeleverd voordat de gordelplicht is ingevoerd. Toch had volgens het hof van de werkgever mogen worden verlangd om als aanvullende veiligheidsmaatregel ook in deze vorkheftruck een gordel aan te brengen. Er waren kennelijk redenen om de gordelplicht wettelijk in te voeren. Van een werkgever mag dan verwacht worden dat hij zijn bedrijfsmiddelen indien mogelijk naar de nieuwe inzichten inricht. Zeker nu het aanbrengen van een veiligheidsgordel geen ingrijpende maatregel is en de kosten ervan betrekkelijk gering zijn – naar schatting 200 à 300 Euro. Het hof is, evenals de kantonrechter, van oordeel dat het minder relevant is dat de reden voor de gordelplicht ligt in het voorkomen van letsel bij kantelen van de heftruck. De essentie is dat het gaat om een middel dat beoogt letstel bij ongevallen te voorkomen. Het hof vindt dan ook dat de werkgever niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Door geen gordel in de vorkheftruck aan te brengen, is een gevaar in het leven geroepen dat zich heeft verwezenlijkt. Dat de Arbeidsinspectie heeft geconstateerd dat er geen overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet heeft plaatsgevonden, doet daar niet aan af. Om te voldoen aan de zorgplicht van artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek is het enkel naleven van wettelijke voorschriften immers niet voldoende. Het aanbrengen van een gordel had in dit geval in redelijkheid van de werkgever kunnen worden gevergd. Het beroep wordt verworpen.

Aantekening

Een werkgever is op grond van artikel 7:658 lid 1 BW verplicht de lokalen waarin wordt gewerkt zodanig in te richten en te onderhouden en zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te geven als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer door zijn werk schade lijdt. Volgens vaste rechtspraak is deze verplichting niet alleen beperkt tot het enkel naleven van wettelijke veiligheidsvoorschriften, maar ook afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Relevante omstandigheden zijn onder meer de aard van de werkzaamheden, de kenbaarheid van het gevaar, de te verwachten onoplettendheid van de werknemer en het mogelijk bezwaar dat aan de te nemen maatregelen vast kan zitten. De zorgplicht wordt begrensd door hetgeen ‘redelijkerwijs nodig is’. Van een absolute waarborg voor de veiligheid van de werknemer is geen sprake. De werkgever is aansprakelijk voor schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werk lijdt, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgverplichting is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

 

Uit het verslag van de rechtszitting wordt niet duidelijk, wat de werknemer nu voor schade heeft opgelopen. Is hij uit de heftruck geslingerd, of met zijn hoofd tegen een van de spijlen terecht gekomen? Gezien het bedrag dat de kantonrechter toewijst zijn de gevolgen echter zeer ernstig. Hoe dan ook, de werknemer heeft schade geleden en wil die, op grond van de zorgplicht van de werkgever, vergoed hebben. De werknemer wijt zijn schade aan het feit dat de heftruck niet was voorzien van een veiligheidsgordel. De werkgever voert aan, dat een dergelijke voorziening destijds bij de aanschaf van de heftruck niet verplicht was. En omdat wetten meestal geen terugwerkende kracht hebben voelde hij zich ook niet verplicht later alsnog een gordel op de heftruck aan te brengen. Verder is de werkgever van mening dat een gordel voor dit ongeval ook niet van belang is: het wettelijk voorschrift om een gordel op een heftruck aan te brengen heeft immers als doel om letsel te voorkomen als een heftruck kantelt. En daarvan is in dit geval geen sprake.

 

Maar met die redenering maakt het gerechtshof korte metten. Het hof vindt het minder relevant dat de reden voor de gordelplicht gelegen is in het voorkomen van letsel bij kantelen van de heftruck. De essentie is immers dat het hier gaat om een veiligheidsmaatregel ter voorkoming van letsel bij ongevallen. Door na te laten als veiligheidsmaatregel een gordel in de vorkheftruck aan te (laten) brengen, heeft de werkgever een gevaar op letsel bij een ongeval in het leven geroepen. En dat gevaar heeft zich ook verwezenlijkt. Daarmee heeft de werkgever niet voldaan aan zijn zorgplicht.

Dat de Arbeidsinspectie heeft geconstateerd dat er geen overtreding van de Arowetgeving heeft plaatsgevonden, doet daar volgens het hof ook niets aan af. Voor het voldoen aan de zorgverplichting op grond van artikel 7:658 lid 1 BW is het enkel naleven van wettelijke voorschriften niet voldoende. De werkgever had volgens het hof het gevaar immers zonder al te ingrijpende maatregelen kunnen afwenden door de heftruck van een gordel te laten voorzien. Van een werkgever kan het aanbrengen van een dergelijke voorziening, die niet zoveel kost en vrij eenvoudig is te realiseren, in redelijkheid worden verwacht.

(Gerechtshof Leeuwarden, 14 mei 2008, LJN BD2312)