Hof vindt 23 kilo zwaar genoeg

Een schoonmaker moet schoonmaakwerk doen bij een klant van zijn werkgever en gebruikt daarbij een 31 kilo wegende dweilmachine. Hij meldt zich kort daarop ziek wegens rugklachten wegens het alleen tillen van die machine. Hij heeft na dit voorval verder niet meer gewerkt en ontvangt inmiddels een WAO-uitkering. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk voor zijn klachten. Zowel kantonrechter als gerechtshof kennen de vordering toe wegens schending van de zorgplicht van de werkgever.

De feiten

Een schoonmaker krijgt in juni 1998 na de reguliere werktijd de opdracht om schoonmaakwerk bij een klant te gaan doen met behulp van een dweilmachine. De machine weegt 31 kilo en moet langs een trap omhoog worden gebracht. Die avond of de volgende ochtend meld hij zich ziek wegens rugklachten. Dat zou het gevolg zijn van het alleen omhoog dragen van die dweilmachine. Hij is naar de huisarts gegaan en heeft kort daarop voor een spoedconsult een neuroloog geraadpleegd. Die heeft een compressie geconstateerd maar chirurgisch ingrijpen zou volgens hem niet nodig zijn. De werknemer heeft zelf bij de Arbeidsinspectie gemeld dat hij een bedrijfsongeval heeft gekregen. Hij heeft na dit voorval verder niet meer gewerkt en ontvangt inmiddels een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de schade. De kantonrechter heeft aansprakelijkheid aangenomen en de werkgever gaat in beroep.

Oordeel gerechtshof

Het hof overweegt dat er weliswaar niemand bij was toen de werknemer bij de klant ging werken. Maar op grond van het door de werknemer aangevoerde bewijs en de verklaringen van de in eerste aanleg gehoorde getuigen staat voldoende vast dat de werknemer de dweilmachine heeft opgetild en daarbij door zijn rug is gegaan. Daarom is het nu aan de werkgever om te bewijzen dat hij zijn zorgplicht heeft nageleefd. In dat verband is relevant dat de werkgever op grond van art. 5.2 Arbeidsomstandighedenbesluit het werk zo moet organiseren dat fysieke belasting geen gevaar meebrengt voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer. Het gaat hier om een open norm. In de toelichting bij het artikel wordt gewezen op de uit de Verenigde Staten afkomstige en ook in Nederland vaak gebruikte NIOSH-methode voor het berekenen van het toelaatbare tilgewicht. Die NIOSH-formule gaat uit van een maximaal tilgewicht van 23 kilo. Omdat de dweilmachine 31 kilo was en qua vorm onhandig om te tillen, had de werknemer dit niet in zijn eentje mogen doen. Uit de getuigenverklaringen blijkt ook dat de machine gewoonlijk door twee (of zelfs drie) man getild werd. De werkgever heeft niet aangetoond dat de werknemer was geÔnstrueerd om de machine uitsluitend met zín tweeŽn te tillen en ook niet dat op de naleving van deze instructie is toegezien. Dit had wel gemoeten, gezien het ervaringsfeit dat werknemers niet altijd de nodige voorzichtigheid in acht nemen. Daarom is de werkgever aansprakelijk voor de schade van de werknemer.

Aantekening

Volgens vaste rechtspraak moet een werknemer, die op grond van artikel 7: 658 lid 2 Burgerlijk Wetboek schadevergoeding vordert, stellen en zo nodig bewijzen dat hij zijn schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Daarbij geldt dat niet van de werknemer kan worden verlangd dat hij ook de oorzaak en de toedracht van het ongeval aantoont. In dit geval blijft wat onduidelijk of de machine in alle gevallen al dan niet door twee man werd getild. Gezien de verschillende getuigenverklaringen gaat het hof er echter van uit, dat de dweilmachine weliswaar voor de klus niet was ingepland maar toch door de werknemer was meegenomen zonder extra mankracht om de machine op de uiteindelijke werkplek naar boven te dragen. Met het rugletsel als noodlottig gevolg. Daarmee staat vast dat de schade is gelden in de uitoefening van de werkzaamheden. De werkgever is voor die schade aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat:

  1. hij zijn verplichtingen is nagekomen om voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt, of
  2. de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dat is het geval als de werknemer zich tijdens het verrichten van de onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging van het roekeloze karakter ervan daadwerkelijk bewust was, of
  3. de schade ook zou zijn ontstaan als hij zijn zorgplicht wel was nagekomen.

Let op

Bij het beoordelen of er sprake is van ontoelaatbare fysieke belasting moet op grond van de Arbeidsomstandighedenwet de stand van de wetenschap en de professionele dienstverlening in acht worden genomen. Als het gaat om het maximaal toelaatbare tilgewicht kan de NIOSH-methode daarbij een handzaam hulpmiddel bieden.

(Gerechtshof Leeuwarden, 10 oktober 2007, JAR 2007, 282, LJN BB5470)

Wettelijk kader
Artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek
Artikel 5.2 Arbeidsomstandighedenbesluit.