Ontslag wegens agressie op de werkvloer.

Een werknemer krijgt wegens een handgemeen een laatste waarschuwing. Als hij een jaar klater weer in de fout gaat volgt ontslag op staande voet. De werknemer vecht dit ontslag aan. Kantonrechter en Hof vinden echter dat de werknemer na die schriftelijke waarschuwing beter had moeten oppassen.

De feiten

Een thans 49 jaar oude werknemer, werkt sinds 1979 als productiemedewerker/voorman bij een producent van bakkerijgrondstoffen. In september 2002 vindt een incident met een collega plaats dat uitloopt in een handgemeen. Daardoor raakt de collega licht gewond. De werkgever stuurt een brief waarin staat dat het moeilijk is om de juiste toedracht te achterhalen en een schuldige aan te wijzen. Wel wordt de werknemer met klem verzocht om, als er weer problemen ontstaan dit direct aan de chef te melden en niet voor eigen rechter te gaan spelen. Het incident wordt nu afgedaan met een schriftelijke waarschuwing, maar herhaling zal leiden tot disciplinaire maatregelen. Ruim een jaar later, in oktober 2003 wordt de werknemer na weer een handgemeen op staande voet ontslagen. Ook zou de werknemer bonen hebben verwerkt waarvan hij wist dat deze bedorven waren. De werknemer ontkent de feiten maar vangt bot bij kantonrechter. Hij stapt dan naar het gerechtshof.

Oordeel gerechtshof

Een eerste bezwaar van de werknemer is dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Het hof overweegt dat het ontslag direct is gegeven op de dag waarop het incident zich heeft voorgedaan. Ook al heeft de werknemer de hele dag nog gewerkt dan betekent dat nog niet dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. De leiding was bij een jubileum van een collega en kon niet worden gestoord. Het gerechtshof neemt in aanmerking dat er tussen de melding van een incident en geven van ontslag op staande voet enige tijd nodig is om tot een beslissing te komen. Ook kan inwinnen van extern advies nodig zijn. Daarom kan niet gezegd worden dat het ontslag niet onverwijld is gegeven.

 

Het tweede verweer van de werknemer is dat de kantonrechter ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het "gevolgencriterium". Hij vindt dat bij afweging van alle omstandigheden in dit geval geen ontslag op staande voet had mogen worden gegeven. Hij wijst daarbij op zijn dienstverband van ruim

 

24 jaar met gemiddeld genomen steeds ruimvoldoende beoordelingen. Verder heeft het ontslag, gezien zijn leeftijd ernstige gevolgen voor hem. Bij het zoeken van ander werk heeft hij hinder van medische beperkingen (artrose), maar ook van zijn Turkse afkomst en niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Van de 10 door hem benaderde uitzendbureaus heeft slechts n hem willen inschrijven maar die heeft geen werk aangeboden. Hij leeft met zijn gezin van een bijstandsuitkering die 25% lager is dan wat hij verdiende. Het hof is van oordeel, dat de werknemer ongeveer een jaar vr het ontslag op staande voet schriftelijk is gewaarschuwd dat handgemeen met collega's niet wordt getolereerd. Ook als was het incident waarover de brief ging niet de schuld van de werknemer, dan laat dat onverlet dat er op zich sprake is van een duidelijke, schriftelijke waarschuwing. Een later wel door de werknemer veroorzaakt handgemeen moet daarom aan hem zwaarder worden toegerekend dan zonder een dergelijke waarschuwing het geval zou zijn geweest. Verder is het verwerken van bonen, waarvan hij wist dat ze bedorven waren, zonder meer een ernstige zaak. Mede gelet op de voorbeeldfunctie die de werknemer heeft als voorman wegen deze feiten zwaar. De door de werknemer aangevoerde bezwaren leggen daarom te weinig gewicht in de schaal. Het ontslag op staande voet is daarom rechtsgeldig gegeven. Het vonnis van de kantonrechte wordt bekrachtigd.

Opmerking

Een werkgever moet op grond van de Arbowet een beleid voeren tegen (onder meer) agressie en geweld. Een van de onderdelen daarvan is een sanctiebeleid. Daarin is de ultieme sanctie tot ontslag op staande voet het sluitstuk.

(Gerechtshof 's-Gravenhage, 3 februari 2006, LJN AV4680)