Voldoende BHV-ers moeten binnen twee minuten inzetbaar zijn.

In een van de panden van een zorginstelling is de BHV- bezetting tijdens de nachtdienst teruggebracht van twee personen naar één. De Arbeidsinspectie vindt dat ontoereikend en stelt een eis. De zorginstelling vecht dit aan. Rechtbank en Raad van State oordelen dat bedrijfshulpverlening in een zorginstelling moet worden afgestemd op het aantal werknemers èn het aantal bewoners. Dat aantal is zodanig, dat in de nachtelijk uren twee bedrijfshulpverleners aanwezig moeten zijn.

De feiten

Een inspecteur van de arbeidsinspectie doet in augustus 2002 een inspectie bij een Stichting die op diverse locaties zorginstellingen beheert. Door een bestuursbesluit is de bezetting in één van de paviljoens tijdens de nachtdienst teruggebracht van twee personen naar één. Het personeel is bezorgd over het hanteren van agressie en geweld in de nachtdienst en de veiligheidssituatie in geval van brand en heeft de Arbeidsinspectie ingeschakeld. Volgens de inspecteur is de bedrijfshulpverlening op deze locatie tijdens de nachtelijke uren ontoereikend. De Staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) stelt een eis tot naleving van art. 15 Arbowet en de artikelen 2.17 tot en met 2.22 Arbobesluit. Bezwaar van de Stichting en later beroep bij de rechtbank worden ongegrond verklaard. De Stichting tekent beroep aan bij de Raad van State.

Standpunt Stichting

De Stichting meent dat de bepalingen van de Arbowet primair bedoeld zijn voor de werknemers. Het gaat in de nachtdienst slechts om één werknemer. Die moet zich op grond van artikel 2.19 lid 2 Arbobesluit in veiligheid kunnen brengen en daaraan is voldaan.

Oordeel Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft, net als de rechtbank, een andere uitleg van Arbowet en Arbobesluit. De Raad oordeelt dat niet alleen moet worden gelet op aantallen werknemers maar ook op de feitelijke situatie in het Gezinspaviljoen. Immers, artikel 2.19, eerste lid Arbobesluit bepaalt dat het aantal bedrijfshulpverleners zodanig is dat onder alle omstandigheden de vervulling van de taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening gewaarborgd is. Maar gezien artikel 15 Arbowet en artikel 2.17 Arbobesluit moet naast het aantal werknemers ook rekening worden gehouden met andere aanwezige personen en het aantal personen dat zich bij een ongeval of brand niet zelfstandig in veiligheid kan brengen. In de Nota van Toelichting bij het Arbobesluit staat dat in bejaardenoorden, ziekenhuizen, gevangenissen of publiekstoegankelijke gebouwen zoals theaters en bioscopen - naast de werkgever - ook werknemers als bedrijfshulpverleners een verantwoordelijkheid hebben voor de veiligheid van deze niet-zelfredzame personen.

 

Het Brandbeveiligingsconcept Gezondheidszorggebouwen geeft uitgangspunten van het normatief brandverloop in een gezondheidszorggebouw met niet-zelfredzame patiënten. Een van die uitgangspunten is dat bedrijfshulpverleners binnen twee minuten met minimaal twee personen bij de brandende ruimte zijn aangekomen en dat patiënten daarna binnen twee minuten naar een veilige plaats zijn gebracht en de deur van de brandende ruimte is gesloten. De Arbeidsinspectie is van oordeel dat er bij het uitbreken van brand binnen twee minuten twee bedrijfshulpverleners aanwezig moeten zijn. De afspraken van de Stichting met de plaatselijke brandweer dat deze binnen drie minuten aanwezig zal zijn, is niet voldoende. Die ene minuut verschil is van essentieel belang omdat bij brand het voorkómen van verstikking een van de belangrijkste zaken is. Het aantal werknemers en bewoners in de betrokken locatie van de Stichting is zodanig dat daarom twee bedrijfshulpverleners in de nachtelijke uren tijdig aanwezig moeten zijn om bijstand te verlenen. Dat de kosten voor het voldoen aan de eis zodanig hoog zijn dat dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd is niet gebleken. Daarom vindt ook de afdeling bestuursrechtspraak de eis van de arbeidsinspectie terecht. 

Aantekening 

Artikel 15 Arbowet bepaalt dat de werkgever zich bij de taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening laat bijstaan door één of meer werknemers die door hem zijn aangewezen als BHV-ers. Die bijstand houdt in elk geval in het verlenen van eerste hulp bij ongevallen, het beperken en bestrijden van brand en het voorkomen en beperken van ongevallen, het alarmeren en evacueren van werknemers en andere personen en het alarmeren van andere hulpverleners. Artikel 2.17 Arbobesluit geeft enkele maatgevende factoren zoals aard, grootte en ligging van de inrichting, de daar aanwezige gevaren en de maatgevende brandscenario's. Ook is van belang het redelijkerwijs te verwachten aantal aanwezige werknemers en andere personen en de tijdstippen waarop zij aanwezig zijn. Rekening moet worden gehouden met het te verwachten aantal personen dat zich bij een calamiteit niet zelfstandig in veiligheid kan brengen, de opkomsttijd van brandweer en andere hulpverleners enzovoorts. Volgens art.2.18 Arbobesluit moet de bedrijfshulpverlening binnen enkele minuten na het plaatsvinden van een ongeval of brand de taken op adequate wijze kunnen vervullen. En op grond van artikel 2.19 Arbobesluit is het aantal bedrijfshulpverleners zodanig dat onder alle omstandigheden de vervulling van de hulpverleningstaken gewaarborgd is. 

Let op 

Ook derden tellen mee bij het bepalen van het aantal bedrijfshulpverleners. Een en ander zal moeten blijken uit een risico-inventarisatie en –evaluatie.

(Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 1 februari 2006, LJN AV0978)