Beroepsaansprakelijkheid van de Veiligheidskundige

Zorgvuldigheid Van Het Grootste Belang

Bron

Auteur

Datum

:

:

:

Arbo Informatie

Rob Poort

oktober 2003

 

Door de veiligheidskundige van een (externe) arbodienst wordt een RI&E uitgevoerd bij een stuwadoorsbedrijf. Later gebeurt er een bedrijfsongeval bij een activiteit die niet in de RI&E wordt beschreven. Kan nu de opsteller van die RI&E door het stuwadoorsbedrijf aansprakelijk worden gesteld? Of ruimer genomen: wanneer is een veiligheidskundige aansprakelijk in de uitoefening van zijn beroep?

 

Wat is beroepsaansprakelijkheid?

 

Beroepsaansprakelijkheid is geen juridische categorie. Het is wel een bruikbare term. Bedoeld wordt de aansprakelijkheid voor schade door gebrekkige diensten. In zijn algemeenheid gaat het dan om aansprakelijkheid vanwege fouten die gemaakt zijn in de uitoefening van een bepaald beroep. In dit kader wordt dan vooral gedacht aan zogenaamde vrije beroepen als artsen, advocaten, architecten, accountants,makelaars, psychologen, belastingadviseurs en misschien zelfs automatiseringsdeskundigen. Letterlijk moet men ‘vrije beroepen’ niet nemen: menig beroepsbeoefenaar werkt immers in dienstverband. Het moet wel gaan om zoiets als intellectuele dienstverlening. Daarmee wordt duidelijk, zeker als het gaat om de adviestaak, dat ook de veiligheidskundige onder deze categorie kan worden geschaard.Wet en jurisprudentie geven de begrenzingen aan van de aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar.

 

In de jurisprudentie zijn tot nu toe uitsluitend zaken bekend over beroepsbeoefenaars als artsen, makelaars en advocaten of verzekeringsadviseurs. Uitspraken waarbij veiligheidskundigen waren betrokken, zijn niet gevonden.

 

Essentie van de aansprakelijkheid

 

Om te beginnen moet er sprake zijn van schade die is toegebracht aan een derde en die schade moet zijn veroorzaakt door een fout van de beroepsbeoefenaar, bijvoorbeeld door een gebrekkige dienstverlening. Als gevolg daarvan heeft de klant schade geleden. De aansprakelijkheid kan op twee manieren ontstaan: contractueel of buiten-contractueel, ook wel wettelijke aansprakelijkheid geheten.

 

De contractuele aansprakelijkheid

 

Onafhankelijke beroepsbeoefenaars werken vaak op basis van een overeenkomst of een opdracht. Als die opdracht niet naar behoren wordt uitgevoerd, of (sterker nog) in het geheel niet wordt uitgevoerd dan wordt de overeenkomst niet of niet voldoende nagekomen en kan men daarop worden aangesproken.

Dat is ook het geval als de opdracht slecht of in het geheel niet tot tevredenheid van de opdrachtgever wordt uitgevoerd. Er is dan sprake van een wanprestatie. Natuurlijk is het wel van belang of deze wanprestatie de schuldenaar kan worden verweten. Dat is niet het geval als het tekortschieten niet is te wijten aan zijn schuld of op andere gronden niet voor zijn rekening hoeft te komen. Bijvoorbeeld als er overmacht in het spel is.Wel kan dan ontbinding van de overeenkomst volgen. Als de tekortkoming wél verwijtbaar is, kan worden geëist dat de overeenkomst alsnog moet worden nagekomen. Maar ook ontbinding is dan mogelijk, al dan niet met betaling van een schadevergoeding aan de opdrachtgever.

 

De buiten-contractuele of wettelijke aansprakelijkheid

 

Volgens artikel 162 van boek 6 Burgerlijk Wetboek is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden. Als onrechtmatige daad wordt aangemerkt een inbreuk op een recht,maar ook een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met dat wat in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. Om een gedraging onrechtmatig te noemen moet aan de volgende vereisten zijn voldaan.

 

Aansprakelijkheid van de Veiligheidskundige

 

Op het vlak van de aansprakelijkheid van de veiligheidskundige zijn drie situaties denkbaar. De veiligheidskundige kan in dienst zijn bij een werkgever, al dan niet opgenomen in een interne arbodienst. Hij kan ook werkzaam zijn bij een externe arbodienst. In beide gevallen is de veiligheidskundige in loondienst. Maar de veiligheidskundige kan ook werkzaam zijn als zelfstandig adviseur, al dan niet in een eigen BV. Beide situaties zullen aan de orde komen.

 

De veiligheidskundige in dienstverband

 

De veiligheidskundige werkt als werknemer van een bedrijf en moet worden beschouwd als een ‘normale’ werknemer met daarbij behorende rechten en plichten, ook op het gebied van aansprakelijkheid. Die aansprakelijkheid staat in artikel 170 boek 6 Burgerlijk Wetboek. Kortweg komt het erop neer dat de werkgever aansprakelijk is voor de daden van zijn ondergeschikten. Het begrip ondergeschikten wordt ruim uitgelegd, dus deze regel geldt in principe ook voor de veiligheidskundige die tijdelijk bij een bedrijf werkzaam is. Het gaat om een kwalitatieve aansprakelijkheid van de werkgever. Er moet wel aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Het moet gaan om een fout van zijn ondergeschikte en er moet sprake zijn van diens onrechtmatige daad. Daarnaast moet er een (zekere) gezagsrelatie zijn en de fout moet in het kader van de functie zijn begaan. Voor een fout buiten diensttijd is de werkgever in beginsel niet aansprakelijk.

De werkgever draait eveneens op voor de hele schade ook al zou er sprake zijn van een gedeeltelijke ‘eigen’ schuld van de werknemer. Dat is alleen anders als er bij de werknemer sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid. En dat laatste wordt in de rechtspraak niet gauw aangenomen. De bewijslast van die opzet of bewuste roekloosheid ligt bij de werkgever.

 

De veiligheidskundige als ‘vrije’ beroepsbeoefenaar

 

Er zijn twee situaties denkbaar. Deze veiligheidskundige heeft met zijn opdrachtgever een contract dat niet, niet goed of in het geheel niet wordt nagekomen. Er is dan sprake van wanprestatie. Nakoming van het contract kan worden gevorderd, maar ook ontbinding, al dan niet met betaling van een schadevergoeding.

Raadgevende ingenieurs hebben hun contractuele aansprakelijkheid beperkt tot het beloop van hun honorarium met een maximum van 1 miljoen euro (RVOI 2001, Regeling Verhouding tussen Opdrachtgever en Ingenieursbureau).

Daarnaast bestaat de mogelijkheid van buiten-contractuele aansprakelijkheid op grond van de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW. Hierbij moet dan sprake zijn van een fout, die onrechtmatig is en aan de dader kan worden toegerekend. Ook moet er schade zijn en moet er een causaal verband zijn tussen de fout en de schade. Ten slotte moet er ook voldaan zij aan de vereiste van relativiteit.

Als het toekennen van een volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, dan kan de rechter de wettelijke verplichting tot schadevergoeding matigen, zo leert art. 6:109 BW.

 

Het foutbegrip

 

Het begrip fout is al diverse malen gebruikt. Wanneer mag worden aangenomen dat de beroepsbeoefenaar geen fout heeft begaan? Het in de jurisprudentie en de literatuur daarvoor ontwikkelde criterium is dat moet worden gewerkt met de zorgvuldigheid die onder de omstandigheden van het concrete geval van een redelijk bekwaam en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht. Onder redelijk bekwaam moet dan worden verstaan dat de beroepsbeoefenaar kennis en kunde heeft op het niveau van zijn beroepsgroep. Redelijk handelend houdt een oordeel in van het feitelijk optreden en is dus sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij de beoordeling van redelijk bekwaam en redelijk handelend gaat het niet om de hoogste normen maar om redelijk te achten normen.

 

Maatstaven voor advies

 

Voorop staat dat de dienstverlener moet proberen zich in te leven in de belangen en wensen van zijn opdrachtgever.

Daarbij heeft hij te maken met een informatieplicht naar deze opdrachtgever. Maar het is ook van belang dat hij zijn vakkennis bijhoudt. Dat geeft dan de volgende maatstaven voor advies.

Voor de informatieplicht geldt, dat de beroepsbeoefenaar moet instaan voor de juistheid van de product- en dienstinformatie, dus de juistheid van zijn offerte en de omvang van de aangeboden dienst. Daarnaast moet hij zich verantwoorden over de gang van zaken. Een regelmatige rapportage is daarbij behulpzaam. Verder heeft de dienstverlener een algemene waarschuwingsplicht bijvoorbeeld als hij fouten in het plan ontdekt of een dreigende overtreding van de wet ziet. Ten slotte moet het advies aan de opdrachtgever goed onderbouwd zijn en een beredeneerde aanbeveling zijn hoe deze moet handelen.

Voor het bijhouden van de vakkennis hanteert de rechter de maatman- vergelijking. Deze staat voor een denkbeeldig persoon die dient om vast te kunnen stellen wat het normaal gebruik is binnen de beroepsgroep. Certificering kan een belangrijk onderdeel zijn bij de bewijslevering van het vereiste kennisniveau.

 

Conclusies

 

Uit dit alles zijn een drietal conclusies te trekken.

  1. Beroepsbeoefenaars zijn niet gauw aansprakelijk voor schade. Zeker als zij in dienstverband werken, zal een eventuele schade ten gevolge van een fout voor rekening van de werkgever zijn.

  2. Bij adviesbureaus of de zelfstandig opererende veiligheidskunde kan dit anders zijn, omdat bij hen eerder sprake kan zijn van een contractuele aansprakelijkheid.

  3. Voor alle situaties is voor de veiligheidskundige van belang dat hij zorgvuldig werkt. Het is raadzaam dit vast te leggen overeenkomstig de maatstaven voor advies.