Roken moet mogen?

Hoe ver gaat de wettelijk verplichting voor een rookvrije werkruimte

Bron

Auteur

Datum

:

:

:

Arbo

Rob Poort

nov. 2012

 
Roken moet mogen?

 

Bij sommige bedrijven zorgt roken op en rond de werkplek kennelijk nog steeds voor problemen. Zo ook de actie van een scheepswerf om het roken te ontmoedigen door een boete te geven aan werknemers die buiten de reguliere pauzes een sigaret opstaken. Dit leidde tot enige commotie. Maar mocht de werkgever tot deze actie overgaan? En hoe ver gaat de wettelijk verplichting voor een rookvrije werkruimte?

 

Aanleiding

 

Op 5 oktober 2012 maakte scheepsbouwer IHC Merwede bekend, dat er een nieuw anti-rookbeleid van kracht werd.  Rokers die de verleiding niet kunnen weerstaan om alleen in de pauze te roken, krijgen in eerste instantie een waarschuwing. Bij de derde overtreding volgt een boete van 100 euro. Als nog een vierde keer volgt, kan de werknemer fluiten naar zijn winstuitkering. Dat bedrag kan oplopen tot zo’n 2400 euro. De scheepswerf had als motivatie voor deze maatregel, dat zij de gezondheid van haar werknemers van groot belang acht en daarom het roken wil ontmoedigen. De scheepsbouwer wil sigaretten het liefst helemaal verbieden, maar dat bleek onhaalbaar. Daarom wordt de tijd voor het roken zeer beperkt. Wellicht speelden ook andere motieven – zoals een verhoging van de arbeidsproductiviteit – daarbij een rol, maar dat vermeldt het verhaal niet.

Meningen

Er doken diverse media op de maatregel. Met als voornaamste representant de Stichting Rokersbelangen, die van mening was, dat een bedrijf niet zo maar eenzijdig een boetebeding op kan leggen. De Stichting vergeet kennelijk, dat dit wel kan mits de Ondernemingsraad met een dergelijke maatregel instemt. Ook illustratief was een radioprogramma, waarin de luisteraars werd gevraagd, om een reactie te geven op de maatregel van de Merwede. Natuurlijk reageerden velen met de opmerking, dat roken in hun bedrijf geen probleem was, omdat dit buiten gebeurde en niemand daar last van had. Maar er reageerde ook iemand die chef was van vijf werknemers die allemaal rookten. Hij had daar, zelfs als niet-roker, geen enkel probleem mee. De werknemers rookten gewoon op hun werkplek binnen het gebouw. En -  dat was uiteraard de uitsmijter van zijn betoog - hij had toch helemaal niets met allerlei Haagse regeltjes te maken: als de mensen dat wilden mochten zij roken en hij had daar totaal geen last van. Het kwam zelfs de arbeidsproductiviteit ten goede, want er werd door niemand een rookpauze genomen, men werkte immers onder het roken gewoon door! Maar heeft de man wel gelijk? Uit de jurisprudentie komt een ander beeld naar voren.

 

Feiten

 

Zo wil een werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werkneemster die heeft gevraagd om te mogen werken in een rookvrije werkomgeving. Volgens de kantonrechter is van belang dat werkgevers verplicht zijn zodanige maatregelen te treffen, dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te doen zonder daarbij hinder van roken door anderen te ondervinden. De werkgever heeft echter geen maatregelen genomen. Hij selecteert werknemers kennelijk op hun bereidheid om roken van anderen te accepteren. Het enkele feit dat de werkneemster aanspraak maakt op een rookvrije werkplek is dan ook geen reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, aldus de kantonrechter (1).

Ook een creatieve directeur werd terechtgewezen omdat zijn rookbeleid op z’n zachts gezegd rammelde. Wat was het geval? Een inspecteur van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit constateerde bij een hercontrole dat in een kantoor van een reclamebedrijf - de werkkamer van de directeur - nog steeds werd gerookt. Er stond een asbak met uitgedrukte peuken en er hing een sterke tabakslucht. De werkgever had na de eerste inspectie een bordje naast het kantoor gehangen met het opschrift: “Kantoorruimte. Geen toegang. Bel Ext. 19 voor een eventuele afspraak.” Daarom hoefden werknemers niet meer binnen te komen. Ze maken telefonisch een afspraak en dan gaat hij naar ze toe. Maar tijdens het gesprek met de directeur komt een werknemer in de deuropening vragen, of de showroom op slot kan. Wegens recidive volgt nu een boete van 300 Euro op grond van art. 11a Tabakswet. In  hoger beroep van de werkgever oordeelt het College van Beroep voor het Bedrijfsleven dat volgens de Tabakswet de werkgever verplicht is, zodanige maatregelen te treffen dat werknemers in staat zijn hun werkzaamheden te verrichten zonder hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. De werkgever vindt, dat de wet niet is overtreden omdat zijn kantoor op de eerste verdieping ligt en bovendien toebehoort aan de holding. Daarnaast is hij van mening, dat zijn kantoor geen ruimte is waar werknemers hun werkzaamheden uitvoeren. Maar tijdens de inspectie kwam wél een werknemer de kamer in met een vraag. Dat betekent volgens het College dat werknemers deze ruimte in de dagelijkse praktijk niet beschouwen als het kantoor van een ander bedrijf. Er is trouwens ook geen andere directiekamer in het pand. Daarmee maakt deze directiekamer wel degelijk deel uit van de ruimten waar naast de directeur ook andere werknemers werkzaamheden verrichten. Daarmee geldt ook hier de verplichting uit de Tabakswet. En dat houdt in, dat werknemers ook daar geen hinder of overlast van roken door anderen mogen ondervinden  (2).

 

Conclusie

 

Een werkgever heeft de verplichting om te voorkómen dat werknemers worden blootgesteld aan tabaksrook. Dat geldt zelfs voor ruimten waar zij doorgaans niet komen, zoals een directiekamer. Een creatief bordje verandert daar niets aan. Denk bijvoorbeeld aan de schoonmakers! Het rookbeleid moet wel van te voren met de ondernemingsraad worden overlegd. 

 

Noten: 
[1] Ktr Rotterdam 11 december 2007, JAR 2008, 66
[2] CBvB 11 september 2012, LJN: BX8156