Draaiende delen afschermen

Een ‘vuistregel’ die al jaren in de veiligheidswereld geldt.

Bron

Auteur

Datum

:

:

:

Arbo 10

Rob Poort

okt. 2015

 

Draaiende delen afschermen

Draaiende delen moeten worden afgeschermd. Een ‘vuistregel’ die al jaren in de veiligheidswereld geldt. Een regel die vrij logisch is maar helaas nog te vaak wordt genegeerd met vaak noodlottig gevolg. Onderstaand enkele voorbeelden en de lessen die we daaruit kunnen en moeten trekken.

 De wetgeving.

 

We beginnen met een voorbeeld uit een drukkerij. Daarin staat een papiersnijmachine, die niet is voorzien van een tweehandenbediening. De werkgever stelt, dat de machine alleen door de eigenaren wordt bediend en dat daarom geen beveiliging nodig is. Maar omdat het bedrijf ook werknemers in dienst heeft gaat dit argument niet op. De machine moet volgens art. 118 Veiligheidsbel uit Fabrieken en werkplaatsen (Vbf) worden afgeschermd (1). We laten de tekst van artikel 118 Vbf hieronder volgen en laten daarbij de oude spelling in tact:

 

De werktuigen, waarvan onderdeelen door snijden, knellen, pletten, door hunne groote snelheid of op andere wijze gevaar kunnen veroorzaken, zooals bijv. cirkel-, raam-, lint- en cylinderzagen, frees-, steek-, schaaf-, snij- en schilmachines, koekenbrekers, stroosnijders, lompensnijders, papiersnijwerktuigen, hechtmachines, hakmeswerktuigen, metaalscharen, stempelwerktuigen, degelpersen, duivels (wolven), mangels, wringmachines, strijkmachines, kalanders, walsen, cokes-, steen- en steenkoolbreekmachines, meng-, kneed- en gehaktmachines, centrifuges en naaimachines, moeten zoodanig zijn opgesteld en ingericht en van zoodanige toestellen of beschermingen zijn voorzien, dat het gevaar zooveel mogelijk wordt voorkomen.

 

En artikel 119 Vbf stelt ‘De gevaar opleverende plaatsen van werktuigen, in artikel 118 bedoeld, mogen alleen bij stilstand worden gereinigd, gepoetst of hersteld’.

 

Een fikse opsomming van allerlei apparaten waarvan een aantal allang niet meer in gebruik zijn of waarvan het doel onduidelijk is. De tekst van dit Vbf stamt dan ook uit 1939. Het besluit heeft tot 1997 gefunctioneerd. In dat jaar werd het Vbf (en de 37 andere categorale veiligheidsbesluiten) vervangen door het Arbeidsomstandighedenbesluit.

 

Maar ook daarin een artikel over draaiende delen: artikel 7.7. Veiligheidsvoorzieningen in verband met bewegende delen van arbeidsmiddelen, met als eerste lid: ‘Indien bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren, zijn zij van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien, dat het gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen’. De overige artikelleden geven enkele aanvullende bepalingen over de te gebruiken afscherming.

 

Heldere taal, maar ook nu nog wordt vaak tegen deze regel gezondigd. 

 
Praktijkvoorbeelden

 

Bekneld in transportbaan

 

Een ingeleende werknemer is bezig met de assemblage van houten kisten. Die worden via een  rollenbaan getransporteerd naar het zaagstation van de productielijn. Deze rollenbaan is voorzien van kettingen en tandwielen en wordt aangedreven door een elektromotor. Voor het zaagstation maakt de rollenbaan een bocht met een hoek van 90 graden. Vaak staat een kist daarbij niet in de goede stand en dat wordt de kist handmatig in de juiste positie gebracht. Aandrijfketting en de tandwielen van de rollenbaan zijn ter hoogte van de bocht niet afgeschermd. De werknemer raakt met een hand bekneld tussen de bewegende delen en loopt ernstig blijvend letsel op. Wegens overtreding van artikel 7.7, eerste lid, Arbobesluit volgt een boete van € 10.800. Van matiging van de boete is geen sprake om dat de werkgever niet heeft kunnen aantonen dat hij de risico’s van deze werkzaamheden voldoende had geïnventariseerd en de benodigde maatregelen heeft genomen (2).

 

Cruciaal was in deze zaak, dat de werkgever op de hoogte was van deze werkwijze, geen veilige werkwijze heeft ontwikkeld en niet actief is opgetreden tegen deze handelswijze. Overigens was kort voor dit ongeval een machine met een tweede rollenbaan in gebruik genomen. Ook deze rollenbaan had een hoek van 90 graden. En ook nu waren de mogelijke risico’s niet vooraf geïnventariseerd. De werkgever had zich nog beroepen op de aanwezigheid van een CE markering. Maar dat is geen veiligheidskeurmerk. En het is daarom verstandig om, zelfs bij een CE gemarkeerde machine, voor de ingebruikname een risico inventarisatie en evaluatie uit te (laten) voeren. We hebben dit al eerder benadrukt in onze bijdrage over CE-markering in Arbo 2013, nr. 12.

 

Hand in de ketting

 

Een werkneemster van een kwekerij werkt aan een potmachine. Die machine vult automatisch potjes met potgrond en brengt die via een transportketting naar een plek waar werknemers handmatig een stekje in de potjes plaatsen. De werkneemster ziet een kapot potje onder in de machine en grijpt zonder na te denken naar het potje. Haar hand raakt bekneld tussen de transportketting en het geleidewiel met ziekenhuisopname als gevolg. Volgens de Inspectie SZW is van artikel 7.7, eerste lid, Arbobesluit overtreden. Transportketting en geleidewiel waren na een onderhoudsbeurt door een derde niet geheel afgedekt. De werkgever bestrijdt daarom de boete van € 5400. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vindt, dat de werkgever zelf ook had kunnen zien, dat de afdekplaat na de onderhoudsbeurt niet goed aansloot. In de gebruiksaanwijzing staat, dat de afdekplaat na het afstellen van de ketting weer goed op zijn plaats moet worden gebracht om te voorkomen dat men met zijn vingers bekneld raakt. Van de werkgever mocht worden verwacht, dat hij dit na een onderhoudsbeurt zou controleren en dat is nagelaten (3).

 

We leren uit deze zaak ook, dat een werkgever in beginsel ook verantwoordelijk is jegens zijn werknemers voor fouten van door hem ingeschakelde derden!

 

Baldadigheid met ernstig gevolg

 

Tot slot nog een voorbeeld waarbij jeugdigen zijn betrokken.

Op het bedrijfsterrein van een boomkwekerij zijn drie jeugdige personen bezig met het rechtbuigen van metalen pennen. Die worden gebruikt ter ondersteuning en stabiliteit van jonge boompjes. Het werk gebeurt met een vrij eenvoudige machine met onder meer een ketting en een tandwiel die niet goed zijn afgeschermd. Aan het einde van de middag worden de jongelui baldadig. Zij zien dat er smeervet vrijkomt uit de machine en zij smeren dat smeervet over en weer in elkaars gezicht. Als het 16-jarige slachtoffer ook zijn vingers in de machine steekt om smeervet te pakken, komen zijn vingers knel te zitten tussen tandwiel en ketting. Hij raakt twee vingertopjes blijvend kwijt. Wegens overtreding van artikel 7.7 eerste lid Arbobesluit volgt een boete op van € 8.100. De werkgever vindt dat hier geen sprake is van werken maar van ‘spelen’. Volgens hem waren twee jeugdige personen aan het werk, maar het slachtoffer - een vriendje – was wel aanwezig, maar niet aan het werk. Er was geen sprake van een dienstverband en evenmin van een gezagsverhouding. De rechtbank maakt korte metten dit verweer. Er was zeker sprake van arbeid onder gezag. Het ongeval gebeurde pas aan het einde van de middag en het slachtoffer en de twee anderen waren al de hele dag op het bedrijfsterrein aanwezig. Er was ook geen sprake van spelen. Het gevaar, om met bewegende delen in aanraking komen, is niet zoveel mogelijk voorkomen. De machine had eenvoudig van een beschermkap voorzien kunnen worden. Dat is niet gedaan en daarmee is de overtreding een feit (4).

 

De rechtbank ziet in deze zaak ook geen reden voor verminderde verwijtbaarheid. Het slachtoffer is niet gesommeerd om het bedrijfsterrein te verlaten. De werkgever heeft totaal geen aandacht aan deze jeugdige werknemers besteed, behalve dat hij ze enkele keren heeft toegeroepen dat ze ‘moesten doorwerken’. Ook heeft de werkgever op geen enkele manier ingegrepen tegen het baldadige gedrag van de drie jeugdige werknemers. Kortom: niet alleen de voorlichting ontbrak, ook het toezicht liet ernstig te wensen over.

 

Tot besluit

Er zijn verschillende conclusies te trekken uit de rechtspraak, zeker in  relatie tot risicomanagement, het thema van dit nummer van Arbo. Ten eerste natuurlijk, dat draaiende delen moeten worden afgeschermd. En dat zeker ook na reparatie en onderhoud of storing ook terdege moet worden nagegaan, of de afscherming weer in orde is. Ten tweede dat het zeer wenselijk is, ook bij nieuwe machines een ri&e uit te voeren alvorens die in gebruik te nemen – zelfs als die machine is voorzien van een CE-markering. En tot slot dat men bij jeugdigen extra alert moet zijn: een bedrijfsterrein, fabriek of werkplaats is geen speelplaats! 

[1] Staatssecretaris SZW, 26 november 1986,  DGA/HAWB/861/15691; ARP 40.1, 86-7.
[2] Staatssecretaris SZW, 27 augustus 2012, zaaknummer WBJA/JA-SVA/1.2012.1140.001/BOB, Arboprof..
[3] Raad van State, afd. Bestuursrechtspraak, 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1111
[4] Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 mei 2014, zaak/rolnummer BRE 13 /6556 WET SCO, Arboprof.