Stagiaires in het bedrijf

Wat zegt de Arbowet daarover?

 

Bron

Auteur

Datum

:

:

:

Arbo

Rob Poort

2013  nr. 5

 

 Naast werknemers lopen in veel bedrijven ook nog anderen rond die min of meer reguliere werkzaamheden verrichten. Te denken valt aan leerlingen of stagiaires. Wat zegt de Arbowet over hun positie en die van de inlenende werkgever?

 Mr. ing. R.O.B. Poort

Inleiding

 

Voor studenten en leerlingen in het onderwijs geldt in sommige gevallen ook een soort werkgever-werknemerrelatie. De Arbowet is immers ook van toepassing op verrichtingen van leerlingen, studenten en personeel in onderwijsinrichtingen voor zover het gaat om verrichtingen die vergelijkbaar zijn met arbeid in de beroepspraktijk (artikel 2 onder b Arbowet). Het gaat hier met name om praktijklokalen, sportlokalen en dergelijke en de verrichtingen – de wetgever spreekt hier niet over arbeid – daarin. Ook op verrichtingen in open ruimten is de Arbowet van toepassing. Welke bepalingen van de Arbowet en de daarop gebaseerde besluiten niet voor de onderwijssector gelden, staat in artikel 1.39 Arbobesluit. Leerlingen en studenten vallen wel onder de bescherming van de Arbowetgeving, maar krijgen niet de daarin opgenomen verplichtingen opgelegd die voor normale werknemers gelden. Wel kunnen scholen zelf richtlijnen en normen uitvaardigen waar leerlingen zich aan moeten houden. Met het Arbobesluit wordt dus een vergelijkbaar niveau van bescherming geboden aan leerlingen en studenten als aan werknemers. Hoe zit dat eigenlijk met stagiaires?

 

Stagiaires

 

Voor stagiaires geldt de Arbeidsomstandighedenwet onverkort, waarbij het bedrijf waar de stage wordt gelopen als werkgever geldt, zo blijkt uit onderstaande beschikking.

 

In een loodsbedrijf werken een aantal medewerkers die met behulp van vorkheftrucks laad- en loswerkzaamheden verrichten. Een van hen valt bij het meerijden van een vorkheftruck en komt met zijn benen en voeten onder de achterwielen terecht. Het minderjarige slachtoffer is tijdens de rit op de treeplank gestapt en bij een te snelle bocht eraf gevallen. Zowel het slachtoffer als de bestuurder zijn stagiaires van de Vakopleiding Transport & Logistiek. De heftruck had geen zitplaats voor meerijden. Er volgt een boete wegens overtreding van artikel 7.17c Arbobesluit en omdat de werkgever onvoldoende toezicht heeft gehouden. De werkgever vindt de boete niet terecht omdat er in dit geval sprake is van puur onbezonnen gedrag van twee stagiaires. Deze werken gewoonlijk onder toezicht van een mentor, maar die lette, net op het moment dat het ongeval gebeurde, even niet op. Verder waren alle werknemers en dus ook de stagiaires gewezen op de gevaren van het werken met een vorkheftruck. Dit past in het door de werkgever adequaat en intensief gevoerde arbobeleid. Maar beroep op een algemeen veiligheidsbeleid mag niet baten. Vaststaat dat is meegereden en dat er op dat moment geen toezicht was. (Beschikking Minister van SZW 14 juli 2000, Arboprof.)

 

In dit geval was met de Vakopleiding Transport & Logistiek een overeenkomst afgesloten waarin onder meer het toezicht op de stagiaires was geregeld. De verantwoordelijkheid van de werkgever voor het houden van toezicht op dit punt is zwaarwegend; het betreft immers stagiaires die niet alleen onervaren zijn, maar ook, zoals het slachtoffer, minderjarig. De werkgever heeft concreet invulling aan het toezicht gegeven door aan de stagiaires een mentor toe te wijzen. De werkgever heeft ook  gewezen op de gevaren van het werken met een vorkheftruck, zoals kantelen, botsen en het laten meerijden van mensen, maar noch door de werkgever, noch door de mentor is gesteld dat het meerijden van personen verboden was. Daarom kan de werkgever wel degelijk een verwijt worden gemaakt.

 

Stagiair is normale werknemer

 

Maar als die stagiair ook als “normale “werknemer is te zien – behoudens als het om een jeugdige stagiair gaat, dan gelden immers extra aanvullende regels die voor jeugdigen– dan betekent dit ook, dat de werkgever zelf het haasje is, als de stagiair een fout maakt zonder dat daarbij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

 

Een stagiair volgt een opleiding als bedrijfsleider/manager veehouderij en loopt in dit kader drie maanden stage bij een konijnenhouder. In opdracht van de werkgever zet hij ongeveer 200 voedsters (konijnen) van een oude naar een nieuwe stal over. Kort daarop sprenkelt hij wederom in opdracht met een handveger een ontsmettingsmiddel in de stal. Het etiket vermeld het middel bij voorkeur niet te gebruiken in ruimten met dieren. Binnen een week sterven honderd voedsters en een veelvoud aan jonge konijnen. De konijnenfokker stelt zowel het opleidingsinstituut als de stagiair aansprakelijk. In hoger beroep stelt het hof dat er geen arbeidsovereenkomst was tussen de konijnenfokker en de stagiair. Het gaat om een praktijkovereenkomst tussen de fokker, de stagiair en het opleidingsinstituut. De stagiair ontving geen loon en daarom is art. 7:661 BW (goed werknemerschap) niet van toepassing. Als de stagiair bij zijn werkzaamheden schade zou hebben toegebracht aan een derde, zou de konijnenfokker op grond van art. 6:170 BW aansprakelijk zijn jegens die derde. Maar alleen als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de stagiair. De konijnenfokker zou ook aansprakelijk kunnen zijn voor schade van de stagiair op basis van art. 7:658 lid 4 BW (zorgplicht van de werkgever, ook voor stagiaires). Maar ook dan zou de regel van opzet of bewuste roekeloosheid gelden. Daarom moet volgens het hof deze regel ook worden toegepast als een stagiair schade toebrengt aan een het stageverlenend bedrijf. Maar er is in dit geval geen sprake van opzet of bewust roekeloos handelen. De konijnenfokker had zelf, als werkgever, de stagiair opdracht gegeven het middel te gebruiken. De waarschuwing op het etiket was niet zodanig dat de stagiair zich van het risico bewust moest zijn. Het opleidingsinstituut is evenmin aansprakelijk, omdat de stagiair geen ondergeschikte is in de zin van art. 6:170 BW. (Hof Leeuwarden, 31 januari 2012, JAR 2012, 67; LJN BV2352).

 

Art. 6:170 BW Aansprakelijkheid voor ondergeschikten.
Lid 1. Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een ondergeschikte, is degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult aansprakelijk, indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen.
Lid 2. Stond de ondergeschikte in dienst van een natuurlijke persoon en was hij niet werkzaam voor een beroep of bedrijf van deze persoon, dan is deze slechts aansprakelijk, indien de ondergeschikte bij het begaan van de fout handelde ter vervulling van de hem opgedragen taak.
Lid 3.

Zijn de ondergeschikte en degene in wiens dienst hij stond, beiden voor de schade aansprakelijk, dan behoeft de ondergeschikte in hun onderlinge verhouding niet in de schadevergoeding bij te dragen, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Uit de omstandigheden van het geval, mede gelet op de aard van hun verhouding, kan anders voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald.

 
Stage-overeenkomst is gewone arbeidsrelatie

 

En tenslotte, als het gaat om de zorgplicht van de werkgever ten opzicht van de stagiair blijkt, dat het Burgerlijk Wetboek ook daarin heeft voorzien en dat hier geen afwijking is te zien in relatie met de normale werkgever-werknemer relatie.

 

Een werkneemster verricht op basis van een stage-overeenkomst chauffeurswerkzaamheden.Tijdens deze stage krijgt zij een ongeval. Zij stelt het transportbedrijf aansprakelijk voor de schade. Volgens de kantonrechter moet de stageovereenkomst worden aangemerkt als een arbeidsrelatie als bedoeld in het 4e lid van artikel 7:658 BW. De werkneemster verrichtte immers arbeid in de transportonderneming, zij diende de instructies van een leidinggevende in die onderneming strikt op te volgen en haar bezigheden verschilden niet wezenlijk van die van reguliere medewerkers van de onderneming. Het is dan niet aanvaardbaar dat er een verschil in rechtspositie zou bestaan tussen de reguliere medewerkers en een stagiair als werkneemster. De wetgever heeft nu juist dat willen vermijden. (Ktr Amsterdam, 20 juli 2001, JAR 2001/222)

 
Conclusie

 

Ook de stagiair moet worden gezien als een “gewone” werknemer. Met alle rechten en plichten die daarbij horen. Ook van de kant van de werkgever!